ECLI:NL:RBDHA:2026:5580
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel 'humanitair niet-tijdelijk' ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 14 juli 2025 is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 10 november 2025 ongegrond verklaard. Vervolgens verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening griffierecht betaald moet worden, in deze zaak €194,-. Verzoeker is bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Verzoeker heeft het griffierecht niet betaald en geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.