ECLI:NL:RBDHA:2026:5585
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiser het griffierecht van €194,- niet tijdig heeft betaald. Eiser had een verzoek tot vrijstelling van het griffierecht ingediend, maar dit werd op 30 december 2025 afgewezen. Vervolgens ontving eiser op 14 januari 2026 een aangetekende nota met een betalingstermijn van twee weken.
Omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn werd voldaan en eiser geen geldige reden voor de late betaling gaf, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De te late betaling wordt aan eiser terugbetaald. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.