ECLI:NL:RBDHA:2026:5585

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL25.59597
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht in vreemdelingenzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf op grond van artikel 8 EVRM Pro.

De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiser het griffierecht van €194,- niet tijdig heeft betaald. Eiser had een verzoek tot vrijstelling van het griffierecht ingediend, maar dit werd op 30 december 2025 afgewezen. Vervolgens ontving eiser op 14 januari 2026 een aangetekende nota met een betalingstermijn van twee weken.

Omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn werd voldaan en eiser geen geldige reden voor de late betaling gaf, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De te late betaling wordt aan eiser terugbetaald. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.59597
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel “familie en gezin” in het kader van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (de aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 194,-.
3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan eiser niets kan doen.
4. Eiser heeft aangevoerd dat hij het griffierecht niet kan betalen en daartoe aanvullende gegevens over zijn inkomen en vermogen overgelegd. De rechtbank heeft eiser op
30 december 2025 schriftelijk laten weten zijn verzoek tot vrijstelling van de verplichting tot het betalen van griffierecht af te wijzen.
5. De rechtbank heeft eiser op 31 december 2025 een aangetekende nota verstuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen. In deze nota staat ook dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet
of niet tijdig betaalt. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de nota op 14 januari 2026 om 16.31 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
6. De rechtbank heeft het bedrag niet tijdig ontvangen. Eiser heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.
7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak doen over het beroep. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb).
8. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.
9. Omdat eiser het griffierecht alsnog wel heeft betaald, maar dus te laat, zal dit aan hem worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 maart 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.