Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar opvolgende asielaanvraag van 3 juli 2024. De minister had deze aanvraag op 13 juni 2025 niet-ontvankelijk verklaard, maar dit besluit werd door de rechtbank op 1 oktober 2025 vernietigd met de opdracht aan de minister om binnen zes weken opnieuw te beslissen.
De minister heeft echter niet binnen deze termijn een nieuw besluit genomen, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is verklaard. De rechtbank stelt een kortere beslistermijn van vier weken vast, passend bij de situatie van termijnoverschrijding.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-.
De uitspraak is gedaan zonder zitting, na instemming van partijen, en is openbaar gemaakt op 17 maart 2026 door rechter A.G.D. Overmars.