ECLI:NL:RBDHA:2026:5623
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming in WIA-uitkering
Verzoekster had beroep ingesteld tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over haar mate van arbeidsongeschiktheid en de hoogte van haar WIA-uitkering. Na benoeming van deskundigen en ontvangst van hun rapporten heeft verweerder gewijzigde besluiten genomen waarin de mate van arbeidsongeschiktheid werd verhoogd naar 80-100%, waarmee de eerdere besluiten werden ingetrokken.
Hierdoor heeft verzoekster haar beroepen ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Verweerder stemde in met vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank oordeelt dat bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan de proceskostenveroordeling toewijsbaar is.
De rechtbank berekent de proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de beroepsmatige rechtsbijstand punten worden toegekend voor het indienen van het beroepschrift en de schriftelijke zienswijze. De totale vergoeding bedraagt € 2.335,-, exclusief griffierecht dat verweerder eveneens moet vergoeden.
De rechtbank wijst de verzoeken om proceskostenveroordeling als kennelijk gegrond toe en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 13 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar beroepen wegens tegemoetkoming.