Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. In een eerdere procedure had de rechtbank de minister al opgedragen binnen twintig weken een besluit te nemen, maar de minister heeft hieraan geen gehoor gegeven.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gezien het dossier mogelijk nog niet compleet is, stelt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van acht weken vast, ingaande de dag na deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 233,50, en het betaalde griffierecht van € 194,-. De rechtbank motiveert de lagere proceskostenvergoeding vanwege de beperkte omvang van werkzaamheden bij een opvolgend beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.