ECLI:NL:RBDHA:2026:5633

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL26.399
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging niet tijdige beslissing machtiging voorlopig verblijf en oplegging dwangsom

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. In een eerdere procedure had de rechtbank de minister al opgedragen binnen twintig weken een beslissing te nemen, maar deze verplichting is niet nagekomen.

De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gezien het mogelijk onvolledige dossier en de noodzaak voor nadere beoordeling, stelt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van acht weken na bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000.

Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 233,50, en het betaalde griffierecht van € 194. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig beslissen wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.399

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.J. Paffen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. In een eerdere beroepsprocedure niet tijdig beslissen (NL24.43369) heeft de rechtbank de minister opgedragen om binnen twintig weken alsnog een beslissing op de aanvraag te nemen. De minister heeft dit niet gedaan.
3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.
4. De rechtbank stelt vast dat het dossier (mogelijk) nog niet compleet is, omdat de minister de bij de aanvraag ingediende documenten nog moet beoordelen, van plan is een herstelverzuim te sturen voor nadere documenten of informatie, of in afwachting is van een reactie op die herstelverzuimbrief. Dit betekent dat de minister binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend moet maken. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.
5. Eiseres heeft gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister opnieuw een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt opnieuw een maximum van € 15.000,-. [2]
6. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. De rechtbank
stelt de wegingsfactor die gebruikt wordt bij het bepalen van de hoogte van die proceskostenvergoeding op 0,25. Hiertoe ziet zij aanleiding omdat de omvang van de werkzaamheden die redelijkerwijs nodig zijn voor een opvolgend beroep wegens niet tijdig beslissen in beginsel beperkter zijn dan voor een eerste beroep. [3] Dat betekent dat de proceskostenvergoeding zal worden vastgesteld op € 233,50. [4] De minister dient ook het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.
  • bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 233,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
4.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,25.