ECLI:NL:RBDHA:2026:5643

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL26.720
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 20 maart 2025. De rechtbank stelt vast dat zij op 6 januari 2026 opnieuw beroep heeft ingesteld terwijl de nadere beslistermijn van zestien weken, zoals bepaald in een eerdere uitspraak van 30 december 2025, nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep prematuur en voldoet het niet aan de vereisten voor ontvankelijkheid.

De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en concludeert dat het kennelijk niet-ontvankelijk is. De minister hoeft daarom geen proceskosten te vergoeden aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift in te dienen, waarin zij kan aangeven waarom zij het niet eens is met deze beslissing. Tevens kan zij een zitting aanvragen om haar verzetschrift toe te lichten.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.720

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
mede namens de minderjarige kinderen:

[naam], geboren op [geboortedatum],

[naam], [geboortedatum],
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 20 maart 2025.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 6 januari 2026 opnieuw beroep heeft ingesteld terwijl de nadere beslistermijn van zestien weken zoals bepaald door de rechtbank in de uitspraak van 30 december 2025 (NL25.60501) nog niet was verstreken. Het beroep is te vroeg en dus prematuur ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. [2]

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiseres te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.