Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
29 augustus 2023 heeft zij een aanvraag ingediend voor een mvv, met als verblijfsdoel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij [persoon 1] (referent)’. Referent is eiseres’ vader. Hij heeft ook de Ghanese nationaliteit. Referent heeft de moeder van eiseres ontmoet in Ghana. Vervolgens is hij naar Spanje gegaan. De moeder van eiseres is referent niet gevolgd naar Spanje. Zij is in Ghana bevallen van eiseres. Eiseres verbleef sinds haar geboorte bij haar moeder in Ghana. [1] De moeder van eiseres is overleden op 10 april 2019. Daarom wenst eiseres nu verblijf bij referent in Nederland. Referent heeft sinds 2022 rechtmatig verblijf in Nederland, voor verblijf bij zijn nieuwe partner.
Beoordeling door de rechtbank
- de manier waarop de vader op dit moment contact onderhoudt en in het verleden heeft onderhouden met het kind (van bellen en geld overmaken, tot het kind daadwerkelijk zien, betrokken zijn bij de opvoeding, etc.)
- de intensiteit van het contact (heeft sinds de geboorte invulling gegeven aan het familie- of gezinsleven?; hoe regelmatig?; zijn er periodes geweest zonder contact en was dat een eigen keuze of ingegeven door de omstandigheden?)
20 november 2024 [8] . Die uitspraak ziet op de uitleg van artikel 8 van Pro het EVRM in het kader van gezinshereniging van ouders en meerderjarige kinderen. Hieruit volgt dat verweerder zich niet op het standpunt mag stellen dat er tussen een vreemdeling en een referent geen familie- of gezinsleven is, alleen al omdat er voor het besluit op de gezinsherenigingsaanvraag op een bepaald moment geen afhankelijkheid is geweest. De feiten en omstandigheden van nadien moeten alsnog kunnen nopen tot het aannemen van herstelde gezinsbanden. Eiseres gaat ervanuit dat die passage ook van toepassing is op de vraag of er gezinsbanden bestaan tussen ouders en minderjarige kinderen. Zij voert aan dat hetzelfde moet gelden voor gezinsbanden die nimmer hebben bestaan, maar alsnog zijn gaan bestaan voorafgaand aan het meerderjarig worden van het kind. De rechtbank kan eiseres volgen in dit standpunt. Hoewel de situatie in die uitspraak niet helemaal vergelijkbaar is met de situatie in de huidige zaak, nopen de feiten en omstandigheden in de huidige zaak tot het aannemen van herstelde gezinsbanden. De rechtbank kan zich voorstellen dat de relatie tussen eiseres en referent sterker is geworden, gelet op de omstandigheden dat de moeder is overleden en dat referent de enige overgebleven ouder is. De rechtbank kan zich ook voorstellen dat hierdoor sneller hechte persoonlijke banden zijn ontstaan. In de gegeven situatie acht de rechtbank de banden die nu bestaan tussen eiseres en referent voldoende voor het aannemen van hechte persoonlijke banden.
Conclusie en gevolgen
€ 934,-. Omdat de zaak een gemiddeld gewicht heeft, is op deze waarde de factor 1 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 6 maart 2025;
- draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres, met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
mr.I.G.A. Karregat, griffier.