Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5670

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
SGR 24/8314
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.P. Loof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om haar vanaf 13 september 2023 geen WIA-uitkering toe te kennen. Zij stelt dat zij meer beperkingen heeft dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) is aangenomen, onder meer vanwege chronische pijn- en vermoeidheidsklachten en een stemmingsstoornis.

De verzekeringsarts b&b heeft aanvullende beperkingen aangenomen ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren, maar geen verdere urenbeperking omdat eiseres niet voldoet aan de criteria daarvoor. De arbeidsdeskundige b&b heeft vier functies passend geacht, waarbij de functie van secretarieel medewerker is vervallen. Uit de berekening volgt dat eiseres voor 0% arbeidsongeschikt wordt geacht.

De rechtbank weegt mee dat de verzekeringsarts b&b haar standpunt uitvoerig en inzichtelijk heeft gemotiveerd. Eiseres heeft haar stellingen niet onderbouwd met medische informatie. Ook het zonder resultaat beëindigde Werkfit-traject leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank volgt daarom de motivering en conclusie van de verzekeringsarts b&b en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/8314

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. P. Breedveld),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. B.M. de Wolff).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Perflexxion B.V., uit Berkel en Rodenrijs, de ex-werkgever
(gemachtigde: mr. drs. E.C. Spiering).

Inleiding en procesverloop

1. Deze uitspraak gaat over de weigering van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Eiseres is het daar niet mee eens en voert een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van de WIA-uitkering.
1.1.
In het besluit van 6 oktober 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat eiseres met ingang van 13 september 2023 geen recht heeft op een WIA-uitkering. Aan dit besluit liggen rapporten van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige ten grondslag.
1.2.
In het besluit van 13 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten. Aan dit besluit liggen rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en de arbeidsdeskundige b&b ten grondslag.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.4.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
De rechtbank heeft op 17 februari 2026 in dit beroep een zitting gepland. Eiseres en haar gemachtigde hebben per brief van 28 januari 2026 laten weten dat zij niet op de zitting aanwezig zullen zijn. Desgevraagd hebben de gemachtigden van verweerder en de ex-werkgever laten weten dat zij ook niet op de zitting aanwezig zullen zijn. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Gronden van eiseres
2. Eiseres voert aan dat zij meer beperkt is dan door de verzekeringsarts b&b is aangenomen. Zij heeft chronische pijn- en vermoeidheidsklachten als gevolg van gewrichtsklachten en een stemmingsstoornis. Vanwege lichamelijke beperkingen kan zij maar korte stukjes lopen, niet langdurig zitten of staan en moet zij regelmatig van houding wisselen. Volgens eiseres is zij beperkt op de items vasthouden en verdelen van aandacht, zelfstandig en doelmatig handelen in het dagelijks functioneren, lezen, autorijden en reizen met openbaar vervoer. Verder is ze beperkt op hand- en vingergebruik, gebruik van computer, reiken, buigen, duwen, trekken, tillen en dragen, lopen, traplopen en moet zij veel van houding wisselen waardoor zij niet lang achter elkaar actief kan zijn. Vanwege haar energetische beperkingen acht eiseres een forse urenbeperking aan de orde. Na inspanning heeft ze ook hersteltijd nodig. Vanwege haar klachten en beperkingen is ze niet in staat de geselecteerde functies te verrichten. Het Werkfit-traject dat is gericht op het verbeteren van persoonlijke effectiviteit en het opdoen van arbeidsritme is, vanwege de fysieke beperkingen van eiseres, zonder resultaat beëindigd.
Standpunt van verweerder
3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat terecht is bepaald dat eiseres vanaf 13 september 2023 geen recht heeft op een WIA-uitkering. De verzekeringsarts b&b heeft aanvullende beperkingen aangenomen, maar geen verdergaande urenbeperking omdat eiseres niet voldoet aan de criteria daarvoor. De arbeidsdeskundige b&b heeft de functie van secretarieel medewerker laten vallen, maar de overige vier geselecteerde functies wel geschikt gevonden voor eiseres. Uit de berekening van de arbeidsdeskundige b&b volgt dat eiseres voor 0% arbeidsongeschikt wordt geacht.
Beoordeling door de rechtbank
4. De verzekeringsarts b&b geeft aan dat de primaire verzekeringsarts met de aangenomen beperkingen ten aanzien van fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen en statische houdingen ruimschoots rekening heeft gehouden met de klachten van het houdings- en bewegingsapparaat. Daarmee is geborgd dat de werkzaamheden fysiek licht van aard zijn en specifiek ook rug- en kniesparend zijn. De verzekeringsarts b&b heeft wel aanvullende beperkingen aangenomen ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren in verband met de psychische klachten en de pijnklachten behorend bij fibromyalgie. Langdurige intensieve psychische belasting moet namelijk vermeden worden. Eiseres is daarom aangewezen op werkzaamheden in een relatief voorspelbare werksituatie zonder veelvuldige deadlines en productiepieken of voortdurend conflicterende functie-eisen. De verzekeringsarts b&b ziet geen aanleiding voor het aannemen van een verdergaande urenbeperking. Uit het activiteitenpatroon en het dagverhaal komt naar voren dat de noodzaak tot recuperatie gering is en voornamelijk bestaat uit het afwisselen van activiteiten. Volgens de verzekeringsarts b&b zijn er aanwijzingen dat dit deels op vermijdingsgedrag en conditionering berust. Met intensieve psychische en fysieke belasting is al rekening gehouden in de aangenomen beperkingen. Het aangaan van passende taken is daarom niet schadelijk of risicovol te achten. Met de beperking op overmatige urenbelasting en werktijden is het behoud van een dag- en nachtritme geborgd.
4.1.
De rechtbank ziet in hetgeen eiseres aanvoert geen aanleiding voor een ander oordeel. Hierbij weegt in het bijzonder mee dat de verzekeringsarts b&b haar standpunt over de door eiseres bepleite noodzaak van een verdergaande urenbeperking uitvoerig en inzichtelijk heeft gemotiveerd. Eiseres heeft haar stellingen dat verweerder meer beperkingen had moeten aannemen verder niet onderbouwd met medische informatie. De rechtbank volgt daarom de motivering en conclusie van de verzekeringsarts b&b.
5. Aan de hand van de door de verzekeringsarts b&b gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst, heeft de arbeidsdeskundige b&b bekeken of de geduide functies passend zijn. De arbeidsdeskundige b&b heeft de functie secretarieel medewerker laten vervallen en de overige vier geduide functies nog steeds passend geacht. Eiseres heeft geen specifieke gronden gericht tegen de geduide functies. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om deze functies voor eiseres niet passend te achten. Dat het Werkfit-traject zonder resultaat is beëindigd, maakt dit niet anders. In het eindrapport van het Werkfit-traject staat dat eiseres vindt dat de beroepen die zij interessant vindt vanwege haar fysieke gesteldheid te zwaar voor haar zijn. Dit betreft dan ook geen objectief oordeel over de passendheid van deze beroepen, maar enkel de subjectieve mening van eiseres. Bovendien is bij het selecteren van deze beroepen geen rekening gehouden met de klachten van eiseres, maar heeft eiseres deze beroepen gekozen omdat zij die interessant vindt.
Conclusie en gevolgen
6. Uit het voorgaande volgt dat verweerder terecht heeft bepaald dat eiseres met ingang van 13 september 2023 geen recht heeft op een WIA-uitkering.
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.