ECLI:NL:RBDHA:2026:5694
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvragen nareis minderjarige kinderen wegens ontbreken feitelijke gezinsband
De zaak betreft het beroep van zeven minderjarige eisers uit Eritrea tegen de afwijzing van hun machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De referent, die stelt de biologische vader te zijn, heeft de aanvragen ingediend. De rechtbank oordeelt dat de identiteit van de eisers en de familierechtelijke relatie met de referent niet aannemelijk zijn gemaakt, mede vanwege twijfel over de authenticiteit van overgelegde doopakten en cijferlijsten.
Op het peilmoment, de binnenkomst van de referent in Nederland, bestond geen feitelijke gezinsband tussen hem en de eisers, aangezien hij toen gehuwd was met een andere vrouw en met haar en hun kinderen een kerngezin vormde. De rechtbank volgt de verweerder in de conclusie dat het ontbreken van een feitelijke gezinsband op dat moment betekent dat niet hoeft te worden beoordeeld of die later wel is ontstaan.
Daarnaast is niet gebleken dat de gestelde moeders van de kinderen toestemming hebben gegeven voor hun vertrek naar Nederland. De rechtbank concludeert dat niet aan de voorwaarden voor nareis is voldaan en verklaart het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een feitelijke gezinsband en onvoldoende bewijs van identiteit en toestemming.