ECLI:NL:RBDHA:2026:5749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvragen nareis meerderjarige kinderen wegens ontbreken gezinsleven
Eiser, houder van een asielvergunning, verzocht om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn meerderjarige dochter en zoon in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvragen af omdat de kinderen niet meer feitelijk tot het gezin van eiser behoren. De minister baseerde dit op het niet van toepassing zijn van het jongvolwassenenbeleid en het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Tevens werd getoetst aan artikel 8 EVRM Pro, waarbij geen gezinsleven werd vastgesteld.
Eiser voerde in beroep aan dat het jongvolwassenenbeleid wel van toepassing is, dat er sprake is van bijkomende afhankelijkheid en dat artikel 8 EVRM Pro gezinsleven beschermt. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de dochter als zelfstandig en niet als jongvolwassene wordt beschouwd, mede gelet op haar studie, werk en financiële ondersteuning door familie. De zoon heeft tegenstrijdige verklaringen afgelegd over zijn zelfstandigheid en woon- en werksituatie, waardoor verweerder diens zelfstandigheid mocht aannemen.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen bewijs is voor bijkomende financiële of emotionele afhankelijkheid die de gebruikelijke ouder-kindrelatie overstijgt. Ook de medische omstandigheden van de kinderen zijn onvoldoende onderbouwd. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt daarom. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvragen voor de kinderen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvragen voor de meerderjarige kinderen.