ECLI:NL:RBDHA:2026:5749

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
NL25.37729
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArtikel 29, tweede lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing mvv-aanvragen nareis meerderjarige kinderen wegens ontbreken gezinsleven

Eiser, houder van een asielvergunning, verzocht om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn meerderjarige dochter en zoon in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvragen af omdat de kinderen niet meer feitelijk tot het gezin van eiser behoren. De minister baseerde dit op het niet van toepassing zijn van het jongvolwassenenbeleid en het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Tevens werd getoetst aan artikel 8 EVRM Pro, waarbij geen gezinsleven werd vastgesteld.

Eiser voerde in beroep aan dat het jongvolwassenenbeleid wel van toepassing is, dat er sprake is van bijkomende afhankelijkheid en dat artikel 8 EVRM Pro gezinsleven beschermt. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de dochter als zelfstandig en niet als jongvolwassene wordt beschouwd, mede gelet op haar studie, werk en financiële ondersteuning door familie. De zoon heeft tegenstrijdige verklaringen afgelegd over zijn zelfstandigheid en woon- en werksituatie, waardoor verweerder diens zelfstandigheid mocht aannemen.

Verder concludeerde de rechtbank dat er geen bewijs is voor bijkomende financiële of emotionele afhankelijkheid die de gebruikelijke ouder-kindrelatie overstijgt. Ook de medische omstandigheden van de kinderen zijn onvoldoende onderbouwd. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt daarom. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvragen voor de kinderen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvragen voor de meerderjarige kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37729

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E.J.M.C. Jansen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser [1] tegen de afwijzing van zijn aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn meerderjarige dochter ( [naam 1] ) en zoon ( [naam 2] ).
1.1.
Verweerder heeft deze aanvragen met de besluiten van 15 september 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 juli 2025 op de bezwaren van eiser is verweerder bij de afwijzingen gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Rida als tolk en de gemachtigde van verweerder. Ook was de echtgenote van eiser, de moeder van [naam 2] en [naam 1] , aanwezig bij de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft de Syrische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1967. Hij heeft een asielvergunning. Eiser heeft mvv-aanvragen in het kader van nareis ingediend om zijn echtgenote, [naam 1] en [naam 2] over te laten komen naar Nederland. Verweerder heeft de mvv-aanvraag voor eisers echtgenote ingewilligd. Zij verblijft inmiddels bij eiser in Nederland. Verweerder heeft de aanvragen voor [naam 1] en [naam 2] afgewezen, omdat zij niet (meer) feitelijk tot het gezin van eiser zouden behoren. Verweerder is tot deze conclusie gekomen, omdat het jongvolwassenenbeleid volgens hem niet van toepassing is op de kinderen en er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Verweerder heeft in het bestreden besluit ook getoetst aan het recht op familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM. [2] Dit leidt echter ook niet tot inwilliging van de aanvragen, omdat volgens verweerder tussen eiser en zijn kinderen geen sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM. Verweerder wijst voor de motivering naar de toets die hij heeft gemaakt om te bepalen of de kinderen feitelijk tot het gezin van eiser behoren.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij brengt drie punten naar voren: 1) het jongvolwassenenbeleid is wel degelijk van toepassing op zijn kinderen, 2) er is sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen hem en zijn kinderen en 3) er is sprake van gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM. De rechtbank gaat onder het kopje “Wat is het oordeel van de rechtbank?” uitgebreider in op wat eiser heeft aangevoerd om die drie punten te onderbouwen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank stelt voorop dat het bij een mvv-aanvraag in beginsel aan de aanvrager is om aan te tonen dat hij aan de voorwaarden voldoet. De bewijslast ligt in eerste instantie dus bij eiser. Concreet betekent het in deze zaak dat het aan eiser is om bewijs aan te leveren dat zijn kinderen zodanig afhankelijk zijn van hem dat zij om die reden behoren tot zijn gezin. [3] Voor de vraag of de kinderen tot het gezin behoren, toetst verweerder of sprake is van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM. Daarvan is sprake als de kinderen onder het jongvolwassenenbeleid vallen óf als dat beleid niet van toepassing is op hen maar wel sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiser en zijn kinderen.
Jongvolwassenenbeleid
4.1.
Eiser voert in het kader van het jongvolwassenenbeleid aan dat zijn kinderen nooit een zelfstandig leven hebben geleid en dat zij nooit een eigen gezin hebben gevormd. Het enkele feit dat zij onderwijs volgen is onvoldoende om van zelfstandigheid te spreken. Ook kan het enkele tijdverloop niet tot de conclusie leiden dat zijn kinderen zelfstandig zijn. Tot slot werpt verweerder ten onrechte tegen dat eisers echtgenote naar Nederland is gekomen en de dochter heeft achtergelaten in Syrië. Van een vrije keuze, zoals verweerder het presenteert, is geen sprake, nu zij gedwongen werd te kiezen tussen verblijf bij haar echtgenoot of haar dochter.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder in deze zaak voldoende heeft uitgelegd waarom [naam 1] en [naam 2] niet onder het jongvolwassenenbeleid vallen. De rechtbank gaat eerst in op de situatie van [naam 1] en daarna op de situatie van [naam 2] .
Jongvolwassenenbeleid - [naam 1]
4.3.
heeft tijdens haar gehoor op 10 juli 2023 verklaard dat zij geneeskunde heeft gestudeerd en dat zij als teamleider van een administratief team al twee jaar werkt bij een instelling die tumoren behandelt. Ook doet zij een online universitaire studie bedrijfskunde en bedrijfsmanagement. [naam 1] heeft toegelicht dat zij zes dagen per week werkt en haar studie in de avond doet. Zij betaalt de helft van deze studie zelf en de overige helft wordt betaald door familie en kennissen, met name door haar ooms. [naam 1] heeft aangegeven dat zij zich verder wil ontwikkelen als HR manager binnen de medische instelling waar zij werkt. [4] Verweerder heeft voor zijn oordeel dat [naam 1] niet onder het jongvolwassenebeleid valt, naast deze verklaringen belang gehecht aan het feit dat [naam 1] `s moeder zonder [naam 1] naar Nederland is gereisd. Verweerder heeft verder betrokken dat [naam 1] financieel wordt gesteund door haar ooms. Verweerder heeft erkend dat [naam 1] `s ontwikkeling deels te wijten is aan het gedwongen vertrek van eiser, maar heeft er ook op mogen wijzen dat haar ontwikkeling past bij het ouder worden. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft uitgelegd dat bij [naam 1] sprake is van een grote mate van zelfstandigheid en dat zij niet is aan te merken als jongvolwassene.
4.4.
Wat eiser in beroep heeft aangevoerd op dit onderdeel van het besluit maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. De rechtbank is met eiser eens dat de enkele omstandigheid dat iemand onderwijs volgt of dat iemand vanwege tijdverloop stappen naar zelfstandigheid zet onvoldoende is voor de conclusie dat iemand niet onder het jongvolwassenenbeleid valt. Zoals de rechtbank hiervoor heeft uitgelegd, heeft verweerder echter meerdere omstandigheden betrokken om tot de conclusie te komen dat [naam 1] niet als jongvolwassene kan worden aangemerkt. Ook de verklaring ter zitting dat [naam 1] nooit een vaste baan heeft gehad voor een lange periode en nu geen werk meer heeft, leidt niet tot een ander oordeel. Los van het feit dat eiser dit op geen enkele manier heeft onderbouwd, rijmt dit niet met wat [naam 1] zelf heeft verklaard tijdens haar gehoor.
Jongvolwassenenbeleid - [naam 2]
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich ook over [naam 2] op het standpunt heeft mogen stellen dat hij stappen heeft gezet richting zelfstandigheid waardoor hij niet als jongvolwassene kan worden aangemerkt. Verweerder heeft betrokken dat [naam 2] deze stappen mede heeft gezet als gevolg van een gedwongen vlucht, maar heeft dat onvoldoende mogen vinden om het jongvolwassenenbeleid van toepassing te achten. De rechtbank vindt in het kader van [naam 2] 's zelfstandigheid met name van belang dat de verklaringen van eiser, [naam 2] en [naam 1] over [naam 2] 's situatie tegenstrijdig zijn. Zo heeft [naam 1] verklaard dat [naam 2] in Turkije met vrienden in een soort studentenhuis woonde en dat hij in Turkije via vrienden af en toe werkte. [5] en eiser hebben daarentegen verklaard dat hij bij eisers tante woonde. [naam 2] heeft verder verklaard dat hij niet werkte, omdat hij niet over een Kimlik beschikte. [6] De rechtbank is van oordeel dat verweerder meer waarde heeft mogen hechten aan de verklaringen van [naam 1] , nu zij eenduidig heeft verklaard. Zoals verweerder terecht stelt, heeft [naam 2] daarentegen niet consistent verklaard. Zo geeft hij op het ene moment aan dat hij geen inspanningen heeft verricht om een Kimlik te verkrijgen [7] , terwijl hij tegelijkertijd aangeeft dat hij geen Kimlik kon krijgen [8] en tot slot dat hij niet zelf heeft gezocht naar een Kimlik. [9] Ook heeft [naam 2] op het ene moment verklaard dat hij heeft geprobeerd om werk te zoeken en dat hij werd geweigerd omdat hij geen Kimlik had [10] , terwijl hij ook verklaard heeft nooit zelf naar werk op zoek te zijn geweest. [11] Tot slot heeft verweerder mogen concluderen dat [naam 2] de tegenstrijdigheden tussen zijn verklaringen en die van [naam 1] niet heeft weten op te helderen. Daarbij is onder meer van belang dat niet met stukken is onderbouwd dat [naam 2] daadwerkelijk bij eisers tante heeft verbleven en dat [naam 1] in het geheel niets heeft verklaard over deze tante.
Bijkomende elementen van afhankelijkheid
4.6.
De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat tussen eiser en zijn kinderen geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Verweerder heeft bij deze beoordeling alle relevante feiten en omstandigheden betrokken. Zo heeft verweerder betrokken dat eiser in Syrië altijd met zijn kinderen heeft samengewoond, maar heeft hij dit onvoldoende mogen vinden om te spreken van bijkomende elementen van afhankelijk. Daarbij is onder meer van belang dat de kinderen hebben verklaard niet financieel van eiser afhankelijk te zijn. In beroep voert eiser aan dat de kinderen financieel afhankelijk zijn van hem, maar dit heeft hij op geen enkele manier onderbouwd. Zonder af te doen aan de moeilijke situatie voor het gezin, is verder ook niet gebleken van een emotionele afhankelijkheid die de gebruikelijke afhankelijkheid tussen meerderjarige kinderen en hun vader overstijgt. Verweerder heeft rekening gehouden met de gestelde medische omstandigheden van de kinderen en zich op het standpunt kunnen stellen dat de kinderen op dat vlak niet afhankelijk zijn van eiser. Zoals verweerder terecht stelt, volgt uit de stukken ten aanzien van [naam 1] niet dat zij specifiek afhankelijk is van eiser of de echtgenote van eiser. Ten aanzien van [naam 2] heeft verweerder terecht tegengeworpen dat er geen stukken zijn overgelegd om zijn gestelde medische omstandigheden te onderbouwen. Bovendien hebben zowel [naam 2] als [naam 1] zelf niet verklaard over deze medische omstandigheden.
Artikel 8 van Pro het EVRM (recht op familie- en gezinsleven)
4.7.
Voor de vraag of de kinderen feitelijk tot het gezin van eiser behoren, heeft verweerder al getoetst aan artikel 8 van Pro het EVRM (jongvolwassenenbeleid en bijkomende elementen van afhankelijkheid). Gelet op wat de rechtbank daarover heeft geoordeeld en zonder nadere onderbouwing van eisers betoog, slaagt het beroep op artikel 8 van Pro het EVRM niet.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de mvv-aanvragen voor [naam 1] en [naam 2] in stand blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F.A. Bleichrodt, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Eiser is in dit geval ook de referent.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Zie artikel 29, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
4.Zie voor het voorgaande pagina 6 van het rapport “Gehoor nareis-vreemdeling” van het gehoor met [naam 1] .
5.Pagina 11 van het rapport “Gehoor nareis – vreemdeling” met [naam 1] .
6.Onder andere pagina 8 van het rapport “Gehoor nareis – vreemdeling” met [naam 2] .
7.Pagina 6 van het rapport “Gehoor nareis – vreemdeling” met [naam 2] .
8.Pagina 10 van het rapport “Gehoor nareis – vreemdeling” met [naam 2] .
9.Pagina 11 van het rapport “Gehoor nareis – vreemdeling” met [naam 2] .
10.Pagina 8 van het rapport “Gehoor nareis – vreemdeling” met [naam 2] .
11.Pagina 11 van het rapport “Gehoor nareis – vreemdeling” met [naam 2] .