ECLI:NL:RBDHA:2026:5839
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing kennelijk ongegronde aanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 26 september 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op zitting behandeld, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een tolk en juridische bijstand. Na beoordeling van het beroep heeft de rechtbank op dezelfde dag uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening daarom afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep.