ECLI:NL:RBDHA:2026:5839

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
NL25.48055
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing kennelijk ongegronde aanvraag

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 26 september 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op zitting behandeld, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een tolk en juridische bijstand. Na beoordeling van het beroep heeft de rechtbank op dezelfde dag uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening daarom afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.48055

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. R. de Groot).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep [1] ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker (bijgestaan door een tolk), mr. C.T.W. van Dijk kantoorgenoot van de gemachtigde van verzoeker, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep.
Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.48054