De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2019 en 2020, die momenteel in een pleeggezin verblijven. De moeder heeft het ouderlijk gezag, terwijl de vader de kinderen heeft erkend. De kinderen hebben op jonge leeftijd veel meegemaakt, wat zich uit in zorgelijk gedrag, met name bij de oudste die een traumatherapie volgt.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de ouders en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. De gecertificeerde instelling benadrukte dat ondanks positieve ontwikkelingen, zoals het goed functioneren in het pleeggezin en op school, de situatie fragiel blijft. Het contact met de vader verloopt via begeleide videobelmomenten en wordt voorzichtig opgebouwd. De moeder toont zich coöperatief en werkt aan het op orde krijgen van haar huis.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De kinderen worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd en het is noodzakelijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om de therapie en ontwikkeling te monitoren. De verlenging wordt toegekend voor de duur van een jaar, tot 13 maart 2027, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.