ECLI:NL:RBDHA:2026:5868
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding voor herstelreis PTSS-patiënt op grond van militaire voorzieningenregeling
Eiser heeft een aanvraag ingediend bij de staatssecretaris van Defensie voor financiële ondersteuning van een buitenlandse reis ter bevordering van zijn herstel van PTSS. Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen op 13 februari 2024, en het bezwaar van eiser werd op 11 februari 2025 eveneens afgewezen.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 17 maart 2026 behandeld en verklaart het beroep gegrond. Verweerder heeft in het verweerschrift aangegeven het advies van de bezwaarverzekeringsarts te volgen, die op 13 november 2025 adviseerde de reis naar het buitenland te vergoeden vanwege ernstige bestaansverschraling.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Zij wijst een vergoeding van maximaal €6.000 toe voor de reis, onder de voorwaarde dat eiser de gemaakte kosten met bewijsstukken ondersteunt en zolang de triggers voor zijn PTSS blijven bestaan. Jaarlijks zal een verzekeringsarts beoordelen of en in welke mate een tegemoetkoming kan worden gegeven.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €1.921 aan eiser. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vergoeding van €6.000 toe voor de herstelreis en veroordeelt verweerder tot betaling van griffierecht en proceskosten.