In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op verzoek van de vrouw een verbetering aangebracht in de beschikking van 11 november 2025 betreffende de gebruiksvergoeding voor de echtelijke woning na ontbinding van het huwelijk.
De vrouw verzocht om correctie van de rente van de gebruiksvergoeding, die in de oorspronkelijke beschikking abusievelijk per maand was vermeld in plaats van per jaar. De man heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen was, aangezien de advocaat van de man in eerdere stukken duidelijk had aangegeven dat de gebruiksvergoeding per maand moest worden betaald, maar de rente jaarlijks 1,96% bedraagt.
De beschikking is daarom verbeterd zodat het dictum nu bepaalt dat de vrouw een gebruiksvergoeding van jaarlijks 1,96% van de helft van de nog vast te stellen overwaarde van de woning moet voldoen, te betalen in maandelijkse termijnen, zolang zij in de woning verblijft vanaf de datum van ontbinding van het huwelijk.
De rest van de beschikking blijft ongewijzigd.