Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 23 september 2025 met 4 producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Partijen sloten op 21 oktober 2020 huurovereenkomsten voor een woning en parkeerplaats in Den Haag, waarbij onderverhuur zonder schriftelijke toestemming verboden was. In 2023 ging de huurder een mondelinge onderhuurovereenkomst aan zonder toestemming, waarna hij zelf niet meer in de woning woonde.
De huurder zegde de huurovereenkomsten per 1 februari 2025 op, wat door verhuurder ASR werd bevestigd. De woning werd echter niet opgeleverd en de onderhuurder weigerde te vertrekken. ASR vorderde ontbinding, ontruiming, betaling van huur vanaf februari 2025, een boete en proceskosten.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomsten per 1 februari 2025 waren geëindigd, waardoor ontbinding en huurbetaling vanaf die datum niet meer aan de orde waren. Wel werd vastgesteld dat de huurder tekort was geschoten door ongeoorloofde onderhuur en het niet opleveren van de woning, waardoor ASR schade leed door gederfde huur.
Vanwege eigen schuld van ASR werd de schadevergoeding voor misgelopen huur vanaf februari tot augustus 2025 afgewezen, maar toegewezen vanaf september 2025 tot oplevering. De ontruimingsvordering en boete van €1.500 wegens onderhuur werden toegewezen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van schadevergoeding vanaf september 2025 en een boete wegens ongeoorloofde onderhuur.