Op 24 augustus 2023 bracht eiser een offerte uit voor dakwerkzaamheden aan gedaagde, die niet werd geaccepteerd. Partijen kwamen mondeling overeen dat eiser enkele werkzaamheden zou uitvoeren zonder prijsafspraken. In oktober 2023 voerde eiser de werkzaamheden uit en factureerde een bedrag van €10.732,70. Gedaagde betaalde slechts de steigerkosten.
Na oplevering ontstond een geschil over de werkzaamheden en factuurbedragen. Eiser bracht een korting in mindering en stuurde een aangepaste factuur van €7.417,70. Gedaagde betwistte de kwaliteit van het werk en de redelijkheid van de prijs. Partijen spraken af dat een andere loodgieter het werk zou beoordelen, maar dit leidde niet tot een schriftelijk rapport.
De kantonrechter oordeelde dat eiser slechts zinkwerkzaamheden had verricht en dat vermeende gebreken aan andere onderdelen niet aan hem konden worden toegerekend. De gefactureerde bedragen werden als redelijk beoordeeld, mede omdat gedaagde onvoldoende onderbouwing gaf voor het tegendeel. Eiser kreeg recht op betaling van het openstaande bedrag, wettelijke rente, en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.