Uitspraak
Beschikking op het op 29 oktober 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] en[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats 1] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 15 november 2025 van de vader, met bijlagen;
- het verslag van 29 januari 2025 van de bijzondere curator;
- het bericht van 3 maart 2025 van de vader;
- het verweerschrift met zelfstandig verzoek van de moeder, ingekomen op 11 april 2025.
- de vader bijgestaan door zijn advocaat en een tolk;
- de moeder bijgestaan door haar advocaat en een tolk.
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- De kinderen zijn niet erkend.
- De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over de kinderen.
- De kinderen wonen bij de moeder.
- De moeder geeft geen toestemming voor de erkenning van de kinderen door de vader.
- De vader heeft de Afghaanse nationaliteit en de moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van 19 november 2024 van deze rechtbank is het verzoek van de vader tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
- Bij vonnis in kort geding van 20 februari 2025 van deze rechtbank, voor zover hier relevant, is bepaald dat de kinderen voorlopig iedere zaterdag van 8.00 uur tot 12.00 uur en maandag van 10.00 uur tot 17.00 uur omgang hebben met de vader en zijn de ouders verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling.
Verzoek en verweer
- vervangende toestemming tot erkenning van de kinderen;
- primair: de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en subsidiair: een informatie- en consultatieregeling vast te stellen;
- een omgangs-/zorgregeling vast te stellen, waarbij de vader de kinderen elke week op donderdag, zaterdag en zondag om 10.00 uur bij de moeder ophaalt en om 17.00 uur terugbrengt en waarbij de ouders de schoolvakanties in onderling overleg met elkaar moeten verdelen.
- iedere zaterdag van 8.00 uur tot 12.00 uur;
- iedere maandag van 10.00 uur tot 17.00 uur;
Beoordeling
de erkenning door de vader (en/of de moeder) in het islamitische recht heeft een geheel andere functie en inhoud dan de erkenning in het Nederlandse recht. In Nederland kennen we geboorte buiten het huwelijk. Het kind staat dan slechts tot de moeder in familierechtelijke betrekkingen. De erkenning door een vader doet tussen hem en het kind familierechtelijke betrekkingen ontstaan en het vaderschap staat daarmee vast. In het islamitische recht geldt het principe dat geboorte buiten het huwelijk niet voorkomt. In deze optiek is een erkenning zoals wij die kennen dan ook niet nodig. Toch wordt in het islamitische recht over erkenning gesproken, maar dat geldt uitsluitend voor die situaties dat de wettige afstamming van een kind, dus dat het uit een huwelijk stamt, niet geheel met bewijsstukken is te staven. In een dergelijke situatie zal men overgaan tot ‘erkenning’ om op deze manier de onduidelijkheid over de wettige afstamming uit te sluiten. Dit geldt ook voor de moeder die eveneens tot erkenning van haar kind kan overgaan. Het is zelfs mogelijk dat een kind zijn afstamming (ten opzichte van zijn ouders) erkent, nadat hij meerderjarig is geworden.”
Beslissing
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats 1] ;
- iedere week op zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur;
- iedere week op zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur;