De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen over zijn minderjarige kinderen en een zorg- en omgangsregeling vast te stellen. De moeder verwees zich bij haar verweer naar het oordeel van de rechtbank, waardoor de verzoeken van de vader als niet weersproken werden beschouwd.
De minderjarigen zijn geboren in 2017 en 2019 en hebben de Nederlandse nationaliteit. De vader heeft de Turkse nationaliteit en de moeder de Nederlandse. De moeder was tot op heden alleen met het ouderlijk gezag belast. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.
De rechtbank besloot het gezamenlijk gezag toe te wijzen en stelde een zorgregeling vast waarbij de kinderen in de eerste maand iedere zaterdag tot zondag bij de vader verblijven, daarna in een wisselend weekschema. Tevens werd een vakantieverdeling vastgesteld die jaarlijks wisselt. Daarnaast werd een informatie- en consultatieregeling opgelegd waarbij de moeder de vader minimaal eenmaal per maand informeert over belangrijke zaken en vooraf overleg pleegt over gezamenlijke beslissingen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.