Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5937

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
C/09/680373 / FA RK 25-1171
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag en zorgregeling voor minderjarige kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen over zijn minderjarige kinderen en een zorg- en omgangsregeling vast te stellen. De moeder verwees zich bij haar verweer naar het oordeel van de rechtbank, waardoor de verzoeken van de vader als niet weersproken werden beschouwd.

De minderjarigen zijn geboren in 2017 en 2019 en hebben de Nederlandse nationaliteit. De vader heeft de Turkse nationaliteit en de moeder de Nederlandse. De moeder was tot op heden alleen met het ouderlijk gezag belast. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.

De rechtbank besloot het gezamenlijk gezag toe te wijzen en stelde een zorgregeling vast waarbij de kinderen in de eerste maand iedere zaterdag tot zondag bij de vader verblijven, daarna in een wisselend weekschema. Tevens werd een vakantieverdeling vastgesteld die jaarlijks wisselt. Daarnaast werd een informatie- en consultatieregeling opgelegd waarbij de moeder de vader minimaal eenmaal per maand informeert over belangrijke zaken en vooraf overleg pleegt over gezamenlijke beslissingen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe tot gezamenlijk gezag en stelt een zorg- en informatie- en consultatieregeling vast.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1171
Zaaknummer: C/09/680373
Datum beschikking: 17 februari 2026
Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en informatie- en consultatieregeling

Beschikking op het op 11 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Seker te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Uzumcu te Rijswijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van de moeder van 20 januari 2026;
  • het F9-formulier van de vader van 20 januari 2026.
[de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Op 20 januari 2026 heeft de moeder aangegeven dat zij zich refereert aan de verzoeken van de vader. De door de rechtbank op 20 januari 2026 geplande zitting is daarom niet doorgegaan. De zaak is op de stukken afgedaan.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
  • een omgangsregeling vast te stellen omschreven in het verzoekschrift voor de situatie dat hij nog geen zelfstandige woonruimte heeft en voor de situatie wanneer hij vaste woonruimte heeft gevonden. Daarnaast verzoekt de vader een regeling voor de vakanties vast te stellen, zoals omschreven in het verzoekschrift;
  • te bepalen dat de vader met ingang van de datum van de te wijzen beschikking tezamen met de moeder het gezag over de minderjarigen zal uitoefenen;
  • te bepalen dat de moeder de vader direct dan wel zo spoedig mogelijk informeert over belangrijke zaken die de minderjarigen aangaan in ieder geval een keer in de maand en dat de moeder met de vader tevoren moet overleggen over gezamenlijk te nemen beslissingen,
  • althans dat zij de vader hierover moet informeren en/of consulteren in ieder geval een keer in de maand, voor het geval het verzoek van de vader om partijen gezamenlijk met het gezag te belasten wordt afgewezen;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder heeft zich ten aanzien van de verzoeken van de vader gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .
  • De vader heeft de minderjarigen erkend.
  • De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarigen belast.
  • De vader heeft de Turkse nationaliteit. De moeder heeft de Nederlandse nationaliteit. De minderjarigen hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de voorliggende verzoeken.
Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en informatie- en consultatieregeling
De moeder heeft zich gerefereerd met betrekking tot de door de vader gedane verzoeken.
De verzoeken van de vader om hem mede met het gezag te belasten en een zorg-/omgangsregeling vast te stellen, zullen als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich tegen toewijzing daarvan verzet. Aangezien de rechtbank de vader mede met het gezag over de kinderen zal belasten, zal zij in het vervolg spreken over een zorgregeling.
De vader heeft daarnaast verzocht een informatie- en consultatieregeling te bepalen.
De rechtbank begrijpt dat de vader verzoekt te bepalen dat de moeder de vader direct dan wel zo spoedig mogelijk informeert over belangrijke zaken die de minderjarigen aangaan, in ieder geval een keer per maand, en, primair, dat de moeder met de vader tevoren moet overleggen over gezamenlijk te nemen beslissingen en, subsidiair, althans in het geval dat het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen, dat zij de vader hierover moet informeren en/of consulteren, in ieder geval een keer in de maand.
De rechtbank zal dit primaire verzoek van de vader als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. Aangezien de rechtbank het primaire verzoek van de vader zal toewijzen, heeft hij geen belang meer bij zijn subsidiaire verzoek. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .
en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in het kader van de vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, bij de vader zullen zijn:
  • zolang de vader geen zelfstandige woonruimte heeft: wekelijks op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur;
  • vanaf het moment dat de vader een zelfstandige woning heeft:
- de eerste maand: iedere zaterdag van 10.00 uur tot zondag 18.00 uur;
- vanaf de tweede maand: in de even weken op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur en in de oneven weken op zaterdag van 10.00 uur tot zondag 18.00 uur;
- tevens de helft van de vakanties waarbij de moeder in 2026 de eerste helft van de vakanties en feestdagen doorbrengt, de vader de tweede helft. Deze verdeling wordt ieder jaar afgewisseld;
bepaalt dat de moeder met ingang van 17 februari 2026 de vader direct dan wel zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval eenmaal per maand informeert over belangrijke zaken die de minderjarigen aangaan en dat de moeder van tevoren met de vader overlegt over gezamenlijk te nemen beslissingen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 februari 2026.