ECLI:NL:RBDHA:2026:594

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
09/102583-23
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de terbeschikkingstelling van een gediagnostiseerde terbeschikkinggestelde met verstandelijke beperking en bijkomende problematiek

Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak betreffende de verlenging van de terbeschikkingstelling van een terbeschikkinggestelde, geboren in 2004, die in een Forensisch Psychiatrische Kliniek verblijft. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie om de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, toegewezen. De terbeschikkinggestelde is gediagnostiseerd met een verstandelijke beperking, een Autisme Spectrum Stoornis, en lijdt aan een angststoornis en depressie. De rechtbank heeft vastgesteld dat de kans op herhaling groot is bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel, gezien de aanhoudende stoornissen en de noodzaak voor intensieve zorg en behandeling. De rechtbank heeft de vordering behandeld op 23 december 2025, waarbij de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman, mr. C.J.J. Kwint, zijn gehoord, evenals de officier van justitie, mr. M. de Vries, en deskundigen van de kliniek. De rechtbank concludeert dat de terbeschikkinggestelde nog in de observatiefase zit en dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar. Daarom is de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar noodzakelijk voor de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid. De beslissing is openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Parketnummer: 09/102583-23

Beslissing van 6 januari 2026

Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, op de vordering van de officier van justitie van 5 november 2025 om de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, in de zaak van:

[de terbeschikkinggestelde],

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats],
verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek [kliniek], [adres] ([postcode]) te [plaats 1] (hierna: de kliniek),
(hierna: de terbeschikkinggestelde),
die bij vonnis van deze rechtbank van 30 november 2023 ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De duur van de terbeschikkingstelling is gemaximeerd tot vier jaar.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die zijn vermeld in de
bijlage.

De procedure

De rechtbank heeft de vordering op 23 december 2025 ter terechtzitting behandeld.
De terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. C.J.J. Kwint, is gehoord. Tevens is de officier van justitie mr. M. de Vries gehoord.
Daarnaast zijn [naam 1], GZ-psycholoog, en [naam 2], GZ-psycholoog, beiden verbonden aan de kliniek, als deskundige gehoord.

Het advies van de kliniek

De kliniek adviseert tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De terbeschikkinggestelde is gediagnostiseerd met een verstandelijke beperking en hij functioneert sociaal emotioneel op een zeer jong ontwikkelingsniveau. Daarnaast is een Autisme Spectrum Stoornis vastgesteld. Tot slot lijdt de terbeschikkinggestelde aan een angststoornis/paniekklachten en een depressie.
De terbeschikkinggestelde verbleef tot 24 september 2025 bij PI [plaats 2] en was tijdens het opstellen van het advies in afwachting op een plaatsing in FPK [kliniek]. Bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling is de kans op herhaling hoog. De terbeschikkinggestelde heeft weinig adequate copingmechanismen, hij heeft de neiging om zich extreem te verdiepen in spannende, maar tegelijkertijd sinistere, perverse en morbide zaken zonder zijn omgeving op de hoogte te stellen. Hij laat zich daardoor ook niet corrigeren op deviante gedachten of gedrag. De terbeschikkinggestelde is zeer suggestibel en laat zich makkelijk door anderen beïnvloeden.
De terbeschikkinggestelde weet in grote lijnen wat goed en wat fout is in de ogen van de buitenwereld, maar laat zijn eigen gedrag hier weinig door beïnvloeden. De terbeschikkinggestelde heeft weinig vermogen tot reflectie op zijn eigen handelen, mede door zijn cognitieve beperkingen en is gering leerbaar. Het is de verwachting dat de terbeschikkinggestelde zijn leven grotendeels afhankelijk zal blijven van intensieve zorg.
De terbeschikkinggestelde kan door zijn verstandelijke beperking en bijkomende complexe problematiek onvoldoende profiteren van het reguliere behandelaanbod en zijn autisme vraagt om een lange adem en veelvuldig herhalen van regels en afspraken. [kliniek] biedt deze behandeling en alhoewel op voorhand duidelijk is dat de (resterende) termijn van twee jaar beperkt van duur is, zal er specifieke aandacht en behandeling geboden worden om recidive in de toekomst te voorkomen. De terbeschikkinggestelde zal diverse behandelonderdelen gaan volgen die zowel non-verbaal als verbaal georiënteerd zullen zijn. Gezamenlijk met het opbouwen van vrijheden zal stapsgewijs toegewerkt worden naar een vervolgvoorziening waar de terbeschikkinggestelde blijvend begeleid zal moeten worden. Ingeschat wordt dat de voornaamste interventie om het recidive risico zo veel mogelijk terug te dringen vooral uit 24 uurs toezicht en externe regulatie bestaat. Het is de verwachting dat het recidiverisico niet binnen twee jaar geheel afgenomen zal zijn.
De deskundige [naam 2] heeft in aanvulling op het advies op de terechtzitting naar voren gebracht dat de terbeschikkinggestelde momenteel nog in de observatieperiode zit. In de aankomende periode zal een risicotaxatie worden opgesteld en zal de diagnose definitief worden vastgesteld. Begin volgend jaar zullen de behandelingen van start gaan. Verder is de terbeschikkinggestelde recent ingesteld op andere medicatie, namelijk cisordinol.
De deskundige [naam 1] heeft op de terechtzitting naar voren gebracht dat de terbeschikkinggestelde veel tijd individueel, gescheiden van de groep, heeft doorgebracht. Sinds vorige week wordt weer gekeken naar verruiming, om weer aan te sluiten bij de groep. Dat gaat gefaseerd, om langzaam weer meer prikkels toe te voegen.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde

De terbeschikkinggestelde heeft op de terechtzitting verklaard dat het lang heeft geduurd voordat de maatregel is aangevangen, dat hij zich regelmatig verveelt in de kliniek en dat hij ontevreden is over de medicatie. Daarom heeft hij een verzoek tot overplaatsing naar een andere kliniek gedaan.
De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft op de terechtzitting naar voren gebracht dat de maatregel met één jaar moet worden verlengd, nu de maatregel over twee jaar al afloopt. Door met één jaar te verlengen, kan volgend jaar worden gekeken waar de terbeschikkinggestelde staat en hoe het verder met het behandeltraject moet.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaar.

Het oordeel van de rechtbank

Stoornis en herhalingsgevaar
Op grond van het advies van de kliniek stelt de rechtbank vast dat de stoornissen van de terbeschikkinggestelde nog steeds aanwezig zijn en dat de kans op herhaling bij de onmiddellijke beëindiging van de maatregel onverminderd groot is.
Verlenging
Uit het advies van de kliniek en de op de terechtzitting door de deskundigen gegeven toelichting daarop, blijkt dat de terbeschikkinggestelde nog in de observatiefase zit. In deze fase wordt de primaire focus van de behandeling bepaald. In de aankomende periode zullen de risicotaxatie en de diagnostiek worden afgerond. Daarna zal pas met de behandeling van de terbeschikkinggestelde worden gestart. De terbeschikkinggestelde staat daarmee nog aan het begin van zijn behandeling. De inschatting is dat voor de behandeling in elk geval twee jaar nodig is. Het is de verwachting dat het recidiverisico zelfs na deze twee jaar niet geheel afgenomen zal zijn.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist.
Wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, waarvan in dit geval sprake is, is uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling - behoudens bijzondere omstandigheden - met een termijn van twee jaar wordt verlengd.
De rechtbank ziet geen omstandigheden die aanleiding geven om van dit uitgangspunt af te wijken. Hoewel het verzoek van de terbeschikkinggestelde om de duur van de verlenging gelet op de lange detentiefase te beperken tot een jaar begrijpelijk is, is dat op zichzelf niet een dergelijke bijzondere omstandigheid. De omstandigheid dat van de maximale tbs-behandelduur nog slechts een periode van twee jaar resteert, is dat evenmin.
Gelet op de problematiek van de terbeschikkinggestelde en de verwachte behandelduur, is de rechtbank van oordeel dat, overeenkomstig genoemd uitgangspunt, de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar moet worden verlengd.

Beslissing

De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met
twee jaar.
Aldus beslist te Den Haag door:
mr. H.P.M. Meskers, voorzitter,
mr. I.C. Kranenburg, rechter,
mr. J.J. Balfoort, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.E. Kramer, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.

Bijlage

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 november 2023
  • het verlengingsadvies van [kliniek] van 6 oktober 2025;
  • de wettelijke aantekeningen tot en met 8 oktober 2025;
  • de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 5 november 2025.