De rechtbank Den Haag heeft op 6 januari 2026 de vordering van de officier van justitie toegewezen tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) met twee jaar voor de terbeschikkinggestelde, die sinds november 2023 onder deze maatregel valt.
De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met een verstandelijke beperking, autisme spectrum stoornis, angststoornis en depressie. Hij functioneert sociaal-emotioneel op een zeer jong ontwikkelingsniveau en vertoont weinig reflectie op zijn gedrag. De kliniek adviseert verlenging omdat de behandeling nog in de observatiefase is en het recidiverisico hoog blijft.
Tijdens de zitting zijn deskundigen gehoord die bevestigden dat de risicotaxatie en definitieve diagnose nog worden afgerond en dat de behandeling binnenkort start. De terbeschikkinggestelde zelf gaf aan ontevreden te zijn over medicatie en vroeg om overplaatsing. Zijn raadsman stelde voor de verlenging tot één jaar te beperken, maar de rechtbank oordeelde dat twee jaar passend is gezien de problematiek en behandelduur.
De rechtbank concludeert dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid de verlenging van de maatregel rechtvaardigen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een kortere verlenging rechtvaardigen. De termijn van de terbeschikkingstelling wordt daarom met twee jaar verlengd.