ECLI:NL:RBDHA:2026:595

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
NL25.43158
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing op beroep

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 9 januari 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening in het kader van een asielaanvraag. De verzoeker, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie was afgewezen als niet-ontvankelijk. De verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening. De zitting vond plaats op 1 december 2025, waarbij zowel de verzoeker als zijn gemachtigde, alsook de gemachtigde van de minister aanwezig waren, samen met een tolk.

De voorzieningenrechter heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak, zaaknummer NL25.43156, en heeft geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is, aangezien er al een beslissing op het beroep was genomen. Hierdoor werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd er geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt op 9 januari 2026, en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.43158
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. R. van Bekker).

Procesverloop

Met het besluit van 4 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als niet-ontvankelijk.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep (met kenmerk: NL25.43156) op 1 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben verzoeker en zijn gemachtigde deelgenomen, evenals de gemachtigde van verweerder. Ook was tolk H. Barzizaoua aanwezig.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.43156, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
zaaknummer: NL25.43158
2
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 januari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.