Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[gedaagden sub 1],
2.
[gedaagden sub 2] BV.,
1.Inleiding
als geheelvereist was, ten tijde van het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst, en of deze certificering per heden ook nog vereist is. In het tussenbericht stellen de deskundigen voor om ter beantwoording van die vraag dr. [naam] in te schakelen. Voorts hebben de deskundigen de rechtbank verzocht om, in verband met de kosten van deze expert, te bevelen dat door partijen een aanvullend voorschot wordt voldaan ten bedrage van € 3.000,00 (inclusief btw). Nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld op dit voorstel te reageren en ook van die gelegenheid gebruik hebben gemaakt, heeft de rechtbank bij vonnis van 5 februari 2025 de deskundigen toestemming verleend om dr. [naam] als expert en hulppersoon in te schakelen ter beantwoording van voornoemde vraag. Dit vonnis bevat verder nadere instructies in verband met de inschakeling van dr. [naam]. Ten slotte heeft de rechtbank de hoogte van het aanvullend voorschot op de kosten van de deskundigen vastgesteld op € 3.000,00 en bepaald dat partijen ieder de helft van het aanvullend voorschot moeten betalen.
2.De verdere beoordeling
is uiteengezet in de nrs. 4.10 t/m 4.12: neem bij het maken van een vergelijking tussen de hypothetische situatie en de werkelijke (huidige) situatie, als bedoeld in nr. 4.10 van het tussenvonnis, voor wat betreft de hypothetische situatie tot uitgangspunt dat [gedaagden sub 2] haar verplichtingen uit de overeenkomst zou zijn nagekomen en [gedaagden sub 1] geen onrechtmatige daad zou hebben gepleegd (zie nr. 2.5 van dit vonnis). (…)”.
guidance documenten”) geconcludeerd dat de afslankbeugel geen op maat gemaakt medisch hulpmiddel is (
Custom Made Device). Dat vereist dat uitsluitend de arts verantwoordelijk is voor het ontwerp van het op maat gemaakte hulpmiddel en daarvan is bij de afslankbeugel geen sprake:
voor het beoogde gebruikals onderdeel van de afslankbeugel. Dit breng bijvoorbeeld mee dat een bestaande CE-certificering van de brackets voor orthodontisch gebruik daarvoor niet aangewend had kunnen worden. Zoals dr. [naam] in haar rapport (pagina 9) terecht opmerkt is de afslankbeugel (anders dan de orthodontische beugel) immers niet bedoeld om tandstand reconstructie te bewerkstelligen. Dit betekent dat voor alle losse delen van de afslankbeugel een (nieuwe) CE-certificering had moeten worden verkregen voor het beoogde gebruik als onderdeel van de afslankbeugel en dat dus per los onderdeel het gehele proces (het opstellen van een technisch rapport, van een QMS en de review door een Notified Body) met goed gevolg doorlopen had moeten worden. Dit had méér tijd gekost en méér kosten tot gevolg gehad dan de verkrijging van CE-certificering voor de afslankbeugel als geheel. Dat de deskundigen en dr. [naam] deze alternatieve route niet nader hebben onderzocht, is dus niet relevant, omdat de route waarbij voor de afslankbeugel als geheel CE-certificering wordt verkregen, sneller en goedkoper is en dus (kosten)efficiënter.