ECLI:NL:RBDHA:2026:5984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag alleenstaande Somalische vrouw wegens ongeloofwaardige motieven
Eiseres, een alleenstaande vrouw uit Somalië, diende een asielaanvraag in na ontvoering en mishandeling door haar zwager. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van haar identiteit en de problemen met haar zwager, gebaseerd op de Werkinstructie 2024/6.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat de minister voldoende onderzoek had gedaan naar de situatie van eiseres als alleenstaande vrouw in Somalië en dat de minister haar standpunt voldoende had gemotiveerd. De verklaringen van eiseres over het paspoort en de ontvoering werden als niet samenhangend en aannemelijk beoordeeld.
Eiseres voerde aan dat zij bedreigd werd door Al Shabaab en dat zij zich niet zelfstandig kon handhaven, maar de rechtbank vond dat deze omstandigheden niet relevant waren voor de te beoordelen periode en dat eiseres zich na het overlijden van haar echtgenoot zelfstandig kon onderhouden.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de asielmotieven ongeloofwaardig achtte en dat het beroep ongegrond is. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Catsburg op 19 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van de motieven.