ECLI:NL:RBDHA:2026:5995
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Uitspraak echtscheiding en opname echtscheidingsconvenant in beschikking
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot echtscheiding van partijen die in 2024 te een plaats in Nederland zijn gehuwd. De man verzocht de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk, terwijl de vrouw zich aan het oordeel van de rechtbank heeft gerefereerd.
De rechtbank stelde vast dat zij rechtsmacht heeft omdat de laatste gewone verblijfplaats van partijen in Nederland was en ten minste één partij nog in Nederland verbleef bij indiening van het verzoek. Nederlands recht is van toepassing op het verzoek tot echtscheiding.
Partijen hebben een echtscheidingsconvenant opgesteld dat de man heeft verzocht op te nemen in de beschikking. De rechtbank oordeelde dat zij ook rechtsmacht heeft om het convenant deel uit te laten maken van de beschikking en besloot dit verzoek toe te wijzen.
Ten aanzien van de proceskosten bepaalde de rechtbank dat elke partij haar eigen kosten draagt, gelet op de aard van de procedure. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de beslissing tot echtscheiding.
De beschikking is uitgesproken door rechter E.D.A. Geleijns op 10 februari 2026 en partijen kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en neemt het echtscheidingsconvenant op in de beschikking, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.