ECLI:NL:RBDHA:2026:5996

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
09/305547-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m SrArt. 38n SrArt. 38p SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd voor meervoudige winkeldiefstal

De rechtbank Den Haag heeft op 13 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van zes diefstallen bij de winkel TK Maxx te Zoetermeer in de periode van 20 juli tot en met 13 november 2025. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en stelde vast dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het wegnemen van diverse goederen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.

De rechtbank nam kennis van het strafblad van verdachte, waaruit bleek dat hij veelvuldig voor soortgelijke feiten was veroordeeld. Ook werd een reclasseringsadvies overgelegd waarin werd gesteld dat verdachte kampt met instabiliteit op meerdere leefgebieden en een hoog recidiverisico heeft. De reclassering adviseerde een voorwaardelijke ISD-maatregel met bijzondere voorwaarden, waaronder opname in een forensische verslavingskliniek en begeleiding bij schuldhulpverlening.

De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van een ISD-maatregel was voldaan en dat er geen reëel alternatief was. De verdachte toonde zich gemotiveerd voor behandeling en het naleven van voorwaarden. Daarom legde de rechtbank een voorwaardelijke ISD-maatregel op voor de duur van twee jaar met een proeftijd van twee jaar, inclusief de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

De maatregel beoogt de problematiek van verdachte aan te pakken en recidive te voorkomen. De rechtbank bepaalde dat de tijd in voorarrest niet wordt afgetrokken van de duur van de maatregel. De verdachte moet zich onder meer melden bij de reclassering, meewerken aan behandeling en controles, en zich houden aan huisregels van zorginstellingen. Bij niet-naleving kan de maatregel ten uitvoer worden gelegd.

Uitkomst: Verdachte krijgt een voorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar opgelegd met bijzondere voorwaarden gericht op behandeling en begeleiding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/305547-25
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1992, (geboorteplaats onbekend)
BRP-adres: [adres], [postcode] [woonplaats] ([land])
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting te [plaats 1], [locatie].

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 26 februari 2026 (inhoudelijke behandeling) en 27 februari 2026 (sluiting onderzoek).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.T. Verweijen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. A.M.V. Bandhoe (waarnemend voor mr. A.G.P. de Boon) naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2025 tot en met 13 november 2025 te
Zoetermeer meermalen (zesmaal), althans eenmaal, diverse kledingstukken,
schoenen, rugtassen, sokken en een pet, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan TK Maxx, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich met betrekking tot de bewezenverklaring van het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
3.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot het ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
hij in de periode van 20 juli 2025 tot en met 13 november 2025 te
Zoetermeer meermalen (zesmaal), diverse kledingstukken,
schoenen, rugtassen, sokken en een pet die aan TK Maxx toebehoorden heeft weggenomen
met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De op te leggen maatregel

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte voorwaardelijk de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren, , met als bijzondere voorwaarden de voorwaarden de zijn geadviseerd door de reclassering, met een proeftijd van twee jaren.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft evenals de officier van justitie verzocht om een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals uit het dossier en bij het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zes diefstallen bij dezelfde winkel. Uit de aangiftes blijkt dat de verdachte voor een fors bedrag (meer dan € 3.000,-) aan artikelen heeft gestolen. Hiermee heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de winkelier. Winkeldiefstal is daarnaast een hinderlijk feit dat overlast en gevoelens van onveiligheid in de samenleving veroorzaakt. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 27 januari 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte veelvuldig voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 9 februari 2026, opgemaakt en ondertekend door reclasseringswerker [naam 1]. Ter terechtzitting is [naam 2] als getuige-deskundige (telefonisch) gehoord.
De verdachte ervaart volgens de reclassering instabiliteit op bijna alle leefgebieden en er is sprake van een hoog recidiverisico. Eerder reclasseringstoezicht in 2020 en 2024 is niet van de grond gekomen omdat de verdachte niet op de afspraken met de reclassering verscheen. De reclassering rapporteert dat een langdurige klinische opname van de verdachte die is gericht op het doorbreken van de afhankelijkheid van middelen en het inzicht krijgen op de aanwezige psychosociale problematiek de kans op recidive kan doen verminderen. Dit kan volgens de reclassering binnen een voorwaardelijk ISD-kader. Op deze manier kan ook structuur en stabiliteit worden gecreëerd op de andere leefgebieden.
De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een opname in een zorginstelling, verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, ambulante behandeling, meewerken aan schuldhulpverlening en meewerken aan middelencontrole.
Ter zitting heeft de getuige-deskundige bevestigd dat de verdachte per 13 maart 2026 ter behandeling opgenomen zou kunnen worden in de forensische verslavingskliniek (FVK) [kliniek] in [plaats 2]. Desgevraagd heeft de getuige-deskundige verklaard dat met de klinische behandeling van de verdachte zeker zes tot negen maanden gemoeid zijn.
‘Harde’ vereisten ISD-maatregel
De rechtbank stelt vast dat de verdachte voldoet aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van een ISD-maatregel zoals deze zijn neergelegd in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht. Verder voldoet de verdachte aan de definitie van stelselmatige dader uit de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers. Aan de zogenoemde ‘harde’ criteria voor oplegging van de ISD-maatregel is dus voldaan.
Voorwaardelijke ISD-maatregel
Ook aan de ‘zachte’ criteria voor oplegging van de ISD-maatregel is naar het oordeel van de rechtbank voldaan. Dat wil zeggen dat de rechtbank geen reëel alternatief ziet voor de oplegging van een ISD-maatregel. De rechtbank stelt op basis van het reclasseringsadvies over de verdachte, zijn strafblad en het onderzoek ter terechtzitting vast dat de verdachte in zijn leven meerdere kansen heeft gekregen om zijn gedrag te veranderen, zonder dat dit tot de gewenste gedragsverandering heeft geleid.. Eerder toezicht heeft de verdachte niet kunnen bewegen om een bestaan zonder het plegen van delicten op te bouwen. Dat de verdachte met complexe problematiek heeft te kampen is daar debet aan.
De verdachte heeft verklaard dat hij nu gemotiveerd is voor een klinische opname en behandeling, en heeft zich bereid verklaard de behandeling te ondergaan en de geadviseerde voorwaarden na te leven. Daarom zal de rechtbank, in lijn met de vordering van de officier van justitie, de ISD-maatregel voorwaardelijk aan de verdachte opleggen, met een proeftijd van twee jaren. Daaraan verbindt de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Hiermee beoogt de rechtbank bij te dragen aan een oplossing van de problematiek van de verdachte en beëindiging van de recidive door de verdachte.
Het is aan de verdachte om te laten zien dat hij bereid en in staat is om zich te committeren aan de door de rechtbank op te leggen voorwaarden. Als dat niet lukt, zal de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nodig zijn om de maatschappij tegen de verdachte te beschermen. Om die reden zal de rechtbank de voorwaardelijke ISD-maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren en daarbij bepalen dat de tijd die de verdachte vóór tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft gezeten, niet wordt afgetrokken van de duur van die maatregel.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen:
- 38m, 38n, 38p, 57, 63, 310 van het Wetboek van Strafrecht;
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
diefstal, meermalen gepleegd;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
legt de verdachte op
de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
2 (TWEE) JAREN;
bepaalt dat die maatregel niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
1. zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich bij GGZ Reclassering Fivoor op het adres Johanna Westerdijkplein 40, 2521 EN Den Haag;
2. zich gedurende maximaal één jaar of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, ter behandeling laat opnemen in de FVK [kliniek], of een soortgelijke zorginstelling. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling en is gericht op de verslavingsproblematiek en het psychosociaal functioneren van de veroordeelde. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie gebruikt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
3. verblijft gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
4. zich, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, na het afronden van een klinische behandeling laat behandelen door het Ambulant Centrum van Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling die is gericht op de verslavingsproblematiek en het psychosociale functioneren van de veroordeelde. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie gebruikt;
5. meewerkt aan begeleiding vanuit de Materiële Juridische Dienstverlening (MJD) van Fivoor inzake het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
6. meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik van alcohol, cocaïne, cannabis en amfetamine. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek en ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan GGZ Reclassering Fivoor Leiden tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan hulp en steun te verlenen;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
7. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
8. medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het moment dat de verdachte is opgenomen in de [kliniek], of een soortgelijke instelling, voorzien op 13 maart 2026 (apart geminuteerd).
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.W. Duijnstee, voorzitter,
mr. J. Snoeijer, rechter,
mr. H.G. Egter van Wissekerke, rechter,
in tegenwoordigheid van A.J.M Dries, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 maart 2026.