De kinderrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 9 januari 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige verlengd tot 13 maart 2026. De minderjarige is geplaatst in een netwerkpleeggezin, bestaande uit de neef van de vader en diens vrouw, na een geleidelijke overplaatsing vanaf 2 januari 2026. De ouders erkennen dat zij door hun eigen problematiek niet in staat zijn de benodigde zorg te bieden, maar wensen dat de minderjarige binnen het netwerk van de vader opgroeit.
De moeder stemt in met de verlenging en is voornemens hulpverlening te zoeken om meer stabiliteit te creëren. De voormalig pleegouders en de nieuwe pleegouders ondersteunen het verzoek en bevestigen dat het goed gaat met de minderjarige in het nieuwe gezin. De kinderrechter acht de verlenging noodzakelijk voor de continuïteit en stabiliteit van de opvoedsituatie en beveelt dat de gecertificeerde instelling samen met de ouders passende omgangsafspraken maakt.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De uitspraak is openbaar gedaan door kinderrechter M.M.C. Limbeek en griffier M. van Leeuwen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of kennisname.