Op 9 januari 2026 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2023, in een voorziening voor pleegzorg. De kinderrechter heeft eerder al verschillende machtigingen tot uithuisplaatsing verlengd, waarbij de ouders van de minderjarige hebben erkend dat zij door hun eigen problematiek niet in staat zijn om de zorg te bieden die de minderjarige nodig heeft. De ouders hebben echter de wens geuit dat de minderjarige in het netwerk van de vader opgroeit. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de nieuwe pleegouders, die familie zijn van de vader, de zorg voor de minderjarige op zich hebben genomen en dat de plaatsing goed verloopt. De kinderrechter heeft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk geacht in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De machtiging tot uithuisplaatsing is verlengd tot 13 maart 2026.