Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.M.M.M.F. Roijen, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een minderjarige Somalische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van de door eiser gestelde bedreigingen door Al Shabaab en het ontbreken van adequate opvang in Somalië. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek naar adequate opvang onderdeel is van de asielprocedure en dat alle relevante stukken hierover moeten worden overgelegd.
De rechtbank constateert dat verweerder in het besluit geen terugkeerbesluit heeft genomen en dat het onderzoek naar adequate opvang nog niet is afgerond. Eiser is inmiddels meerderjarig, waardoor het onderzoek niet wordt voortgezet, maar het dossier bevat geen rapportage van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Partijen hebben aangegeven dat er een zelfstandige procedure loopt en dat eiser de rapportage en het voornemen heeft ontvangen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen vier weken moet reageren op de zienswijze van eiser en moet beoordelen of een terugkeerbesluit wordt vastgesteld. Eiser krijgt de gelegenheid om schriftelijk te reageren op een eventueel terugkeerbesluit. De verdere behandeling van het beroep wordt aangehouden totdat het onderzoek is afgerond en alle stukken zijn overgelegd.
De rechtbank benadrukt dat de beoordeling van de verblijfsvergunning en het terugkeerbesluit integraal onderdeel zijn van deze procedure. Er is geen rechtsmiddel tegen deze tussenuitspraak, maar hoger beroep kan worden ingesteld tegen de einduitspraak bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank houdt de procedure aan en draagt partijen op alle stukken over het onderzoek naar adequate opvang te overleggen en stelt verweerder in de gelegenheid te reageren op de zienswijze van eiser.