ECLI:NL:RBDHA:2026:6006
Rechtbank Den Haag
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming vader voor vakantie met minderjarige na weigering moeder
De vader vordert vervangende toestemming om met zijn minderjarige kind naar het buitenland te reizen, nadat de moeder haar toestemming had onthouden. Ondanks dat de vader tijdig toestemming heeft gevraagd en de moeder vragen stelde over de vakantie, is er geen overeenstemming bereikt. De moeder is niet verschenen bij de zitting, waarna verstek tegen haar is verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de moeder op basis van de verstrekte informatie voldoende geïnformeerd was over de vakantie, waaronder het gebruik van een privéjet en de timing tijdens de voorjaarsvakantie waarin het kind bij de vader verblijft. De vordering wordt daarom toegewezen omdat de weigering van de moeder niet gerechtvaardigd is.
Daarnaast wordt de moeder veroordeeld in de proceskosten, omdat zij met het onthouden van toestemming oneigenlijk gebruik maakt van haar ouderlijk gezag. Dit is de derde procedure die de vader moet voeren om vervangende toestemming te verkrijgen, wat extra kosten met zich meebrengt. De kosten worden begroot op €1.209,02 plus nakosten en wettelijke rente.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is uitgesproken door de voorzieningenrechter op 12 februari 2026.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend aan vader voor vakantie met minderjarige en moeder veroordeeld in proceskosten wegens oneigenlijk gebruik van ouderlijk gezag.