ECLI:NL:RBDHA:2026:6010
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nakoming zorgregeling en vakantieverdeling tussen ouders na echtscheiding
De moeder vordert in kort geding dat de vader de zorgregeling zoals vastgesteld in de beschikking van 22 december 2025 nakomt, met name de wekelijkse zondagregeling en de verdeling van de schoolvakanties en islamitische feestdagen in 2026. Zij stelt dat de vader zich niet aan de afspraken houdt en wil hem met een dwangsom stimuleren tot naleving.
De vader voert verweer dat hij door zijn woon- en werksituatie niet in staat is de zorgregeling volledig na te komen. Hij heeft geen vaste woonplaats en slaapt soms in zijn auto of bij familie. Ook is hij recent van ZZP’er naar loondienst overgegaan, waardoor hij minder flexibel is en de maandagochtendregeling niet kan uitvoeren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vader zich wel moet houden aan de zondagregeling en de voorjaarsvakantieverdeling, ook al ontbreekt hem eigen woonruimte. De stellingen over onveilige logeerplekken bij familie worden gepasseerd. De maandagochtendregeling wordt afgewezen vanwege het belang van het behoud van de nieuwe baan van de vader. De vader krijgt een dwangsom van €50 per overtreding met een maximum van €5.000 opgelegd om naleving af te dwingen.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot nakoming van de zondagzorgregeling en voorjaarsvakantie met een dwangsom, terwijl de maandagochtendregeling wordt afgewezen.