ECLI:NL:RBDHA:2026:602

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2502858:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) van de heer [naam 1]

De heer [naam 1] heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Tijdens de zitting op 12 januari 2026 zijn de heer [naam 1], zijn schuldhulpverlener en een klantbegeleider van de gemeente Den Haag aanwezig geweest. De rechtbank heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat niet aannemelijk is dat de heer [naam 1] de verplichtingen van de WSNP zal nakomen. De heer [naam 1] is momenteel parttime aan het werk en studeert, maar heeft aangegeven zijn studie niet te willen onderbreken om fulltime te werken. Dit leidt tot de conclusie dat hij niet voldoet aan de inspanningsverplichting die de WSNP vereist. De rechtbank heeft daarom het verzoek tot toelating tot de WSNP afgewezen. De beslissing is genomen door mr. R. Cats, rechter, en is op 15 januari 2026 openbaar uitgesproken.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummer: NL:TZ:2502858:R-RK
uitspraakdatum: 15 januari 2026
[naam 1],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: de heer [naam 1] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft de heer [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.

1.De procedure

1.1.
De heer [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP, waarbij is verzocht om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering eerder in te laten gaan.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 januari 2026. Op de zitting verschenen:
- de heer [naam 1] ,
- mevrouw [naam 2] , schuldhulpverlener van de gemeente Den Haag,
- mevrouw [naam 3] , klantbegeleider van de gemeente Den Haag.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1.
De heer [naam 1] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet. Die voorwaarden zijn dat aannemelijk moet zijn dat de heer [naam 1] in een problematische schuldensituatie verkeert, dat hij in de afgelopen drie jaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden, en dat aannemelijk is dat de heer [naam 1] de verplichtingen van de WSNP zal nakomen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is dat de heer [naam 1] de inspanningsverplichting van de WSNP zal nakomen.
2.3.
Niet gebleken is dat de heer [naam 1] geheel of deels arbeidsongeschikt is. Hij kan dus fulltime werken. De heer [naam 1] studeert en werkt parttime. De hbo- studie van verzoeker duurt nog twee jaar. Hij is niet van zins zijn studie te onderbreken om fulltime te gaan werken, hetgeen ter zitting is gebleken en na de zitting schriftelijk is bevestigd. Dit maakt dat niet aannemelijk is geworden dat de heer [naam 1] momenteel de uit de Wsnp voortvloeiende verplichtingen naar behoren nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel zal verwerven. Immers, in de Wsnp geldt een inspanningsplicht die inhoudt dat een ieder die kan werken fulltime moet werken of zich moet inspannen om een (betaalde) baan voor tenminste 36 uur te vinden. De keuze van de heer [naam 1] om de komende twee jaar te blijven studeren is te respecteren, maar maakt de inspanningsplicht in de Wsnp niet anders. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van de heer [naam 1] af.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met mr. A de Ronde, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.