Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
werkdagen hanteert. De rechtbank acht daarbij van belang dat de minister tijdens de zitting er terecht op heeft gewezen dat de aankondigingstermijn ziet op de door Zwitserland gewenste termijn waarop een aankondiging van de overdracht van een vreemdeling naar Zwitserland dient plaats te vinden, en geen norm bevat voor het al dan niet voortvarend handelen van de minister. Ook heeft de minister tijdens de zitting toegelicht dat uit het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling en uit de maatregel van bewaring zelf volgt waarom voor eiser – vanwege zijn psychische problematiek – een vlucht met medische escort is aangevraagd. Dat het onduidelijk is waarom er voor eiser medische escorts zijn geregeld, wordt dan ook niet gevolgd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en de inbewaringstelling van eiser niet langer duurt dan strikt noodzakelijk. Dat de reden voor de door eiser gestelde vertraging in zijn overdracht niet uit de gedingstukken volgt, is naar het oordeel van de rechtbank gezien voorgaande onjuist. Bovendien is de duur van een inbewaringstelling op grond van artikel 59a van de Vw 2000, zoals genoemd in artikel 28 van Pro de Dublinverordening, niet overschreden. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.