ECLI:NL:RBDHA:2026:603

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
NL26.30
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewaring en zicht op uitzetting in vreemdelingenrechtelijke procedure

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 8 januari 2026 uitspraak gedaan in een procedure over de maatregel van bewaring van een vreemdeling, eiser, die door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. De maatregel van bewaring was gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 en was al eerder door de rechtbank getoetst. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen zitting nodig was en het onderzoek op 6 januari 2026 gesloten.

De rechtbank heeft in haar overwegingen benadrukt dat de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring al eerder was beoordeeld en dat de periode van belang voor deze beoordeling loopt van 17 november 2025 tot 6 januari 2026. Eiser heeft aangevoerd dat er geen zicht op uitzetting naar Nigeria is en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. De rechtbank heeft echter geconcludeerd dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder andere door vertrekgesprekken met eiser te voeren op 11 en 24 december 2025.

De rechtbank heeft ook ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring getoetst en geen gronden gevonden voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig was. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.30

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Agayev),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 9 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 6 januari 2026.

Overwegingen

Inleiding
1. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 20 november 2025 (in de zaak NL25.55145) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 17 november 2025. De in deze uitspraak te toetsen periode loopt dus van 17 november 2025 tot 6 januari 2026.
Zicht op uitzetting
2. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Nigeria ontbreekt.
3. De rechtbank stelt vast dat het ontbreken van het zicht op uitzetting naar Nigeria eerder is aangevoerd en beoordeeld in het beroep dat heeft geleid tot de uitspraak van 27 oktober 2025. De rechtbank verwijst in dit verband naar rechtsoverweging 4.1. van deze uitspraak. Ook in het beroep dat heeft geleid tot de uitspraak van 20 november 2025 is het zicht op uitzetting beoordeeld. De rechtbank verwijst in dit verband naar rechtsoverwegingen 4 en 5 van deze uitspraak. De situatie is (nog steeds) ongewijzigd en ook het tijdsverloop is (nog steeds) niet zodanig dat de rechtbank daarin aanleiding ziet om nu anders over de beroepsgrond te oordelen. Hierbij betrekt de rechtbank opnieuw dat eiser verschillende verklaringen heeft afgelegd over zijn nationaliteit en dat nog altijd niet is gebleken dat hij activiteiten heeft ondernomen om aan identiteitsdocumenten te komen. Van eiser mag medewerking aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit wel worden verwacht. Uit de voortgangsrapportage blijkt verder niet dat de Nigeriaanse autoriteiten de laissez-passer (lp) aanvraag hebben afgewezen of dat zij de aanvraag niet langer in behandeling hebben. De beroepsgrond slaagt niet.
Voortvarend handelen
4. Eiser voert verder aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting.
5. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat verweerder op 11 december 2025 en 24 december 2025 vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank werkt verweerder hiermee voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser. Deze beroepsgrond slaagt ook niet.
Ambtshalve toetsing
6. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858, gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring sinds 17 november 2025 tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Er is ook niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen eisers verwijdering (zoals bedoeld in het arrest Adrar van het Hof van 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647).

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van
mr.B.C.M. Burger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.