ECLI:NL:RBDHA:2026:6042

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
NL25.2204
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000Art. 30b, eerste lid, onder a, Vw 2000Art. 30b, eerste lid, onder b, Vw 2000Art. 30b, eerste lid, onder h, Vw 2000Art. 31 juncto Art. 30b, eerste lid, onder a, Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens motiveringsgebrek bij afwijzing asielaanvraag uit Ghana

Eiseres, een Ghanese van de Ashanti bevolkingsgroep, diende op 29 oktober 2024 een asielaanvraag in die door de minister op 10 januari 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister baseerde zich op het standpunt dat Ghana een veilig land van herkomst is en dat eiseres geen asielgerelateerde motieven had aangevoerd, maar enkel economische redenen. Tevens werd gewezen op het feit dat eiseres zich niet tijdig had gemeld.

De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte Ghana als veilig land heeft aangemerkt, waardoor het besluit een motiveringsgebrek bevat en de aanvraag ten onrechte in spoor 2 is afgehandeld. Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat eiseres geen asielgerelateerde motieven heeft onderbouwd en de minister terecht heeft vastgesteld dat zij zich niet eerder heeft gemeld.

De rechtbank wijst een vergoeding van proceskosten toe aan eiseres en veroordeelt de minister tot betaling hiervan. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een nieuw medisch advies of een hernieuwd gehoor, aangezien eiseres in staat was te verklaren tijdens de zitting. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven ongewijzigd.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.2204

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. A.M. Veld),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is, maar laat de rechtsgevolgen in stand. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 29 oktober 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 januari 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres heeft de Ghanese nationaliteit en behoort tot de Ashanti bevolkingsgroep. Zij legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft Ghana in 2006 verlaten en is naar Nederland gereisd. De reden voor haar vertrek was haar moeilijke economische situatie. Eiseres kon in Ghana niet werken. Zij had niemand die haar kon helpen. Verder heeft zij verklaard dat er toentertijd veel gevechten plaatsvonden tussen muzikanten. Eiseres weet niet waar zij naar toe zou moeten gaan bij terugkeer naar Ghana.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister het volgende asielmotief:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst.
4.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn, maar geen reden voor het verlenen van een vergunning. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat economische redenen niet kunnen worden aangemerkt als asielmotieven. Verder heeft de minister zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiseres uit een veilig land komt. Uit de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 9 februari 2016, bijlage 13, blijkt dat Ghana in het algemeen gezien als een veilig land van herkomst wordt gezien. Uit de verklaringen van eiseres blijkt niet dat Ghana voor haar persoonlijk niet veilig is of dat zij binnen een van de uitzonderingscategorieën valt. Verder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Verder stelt de minister dat eiseres niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was, nu zij al sinds 2006 jaar illegaal in Nederland verblijft. De minister concludeert dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Vw 2000 en artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw 2000.
4.2.
Bij briefverweer van 20 oktober 2025 heeft de minister gesteld dat Ghana geen veilig land van herkomst meer is en dat de asielaanvraag van eiseres daarom niet kennelijk ongegrond kon worden verklaard op grond van artikel 31 juncto Pro artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Vw 2000. Volgens de minister doet dat echter niet af aan de kennelijk ongegrondverklaring. Ten eerste omdat blijft staan dat eiseres niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd. Daarnaast heeft eiseres geen asielgerelateerde motieven aangevoerd, maar enkel economische redenen, zodat de minister de aanvraag ook op grond van artikel 31 juncto Pro artikel 30b, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren.
Heeft de minister de aanvraag van eiseres ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond?
5. Eiseres voert aan dat de minister haar asielaanvraag ten onrechte heeft behandeld in spoor 2 en afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister is er ten onrechte vanuit gegaan dat Ghana een veilig land van herkomst is. Hierbij verwijst eiseres naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag van 8 januari 2025. [1] Eiseres voert daarnaast aan dat de minister ten onrechte heeft verwezen naar het gehoor en op basis daarvan de gestelde problemen met muzikanten niet heeft beoordeeld als asielmotief. Eiseres heeft namelijk in de correcties en aanvullingen aangegeven dat zij wel problemen heeft gehad omdat zij onderdeel was van een muziekgroep. Daarbij is aangegeven dat eiseres vanwege haar psychische situatie dit niet heeft verteld. Aan het begin van het gehoor blijkt dat zij problemen heeft en verward is. Zij voert in dit kader aan dat ze vanwege haar psychische situatie niet over haar asielrelaas heeft kunnen verklaren. Ter onderbouwing heeft zij een medisch dossier overgelegd. De minister had een medisch advies moeten laten opstellen in spoor 4. Eiseres voert tot slot aan dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij zich niet eerder heeft gemeld. De minister heeft bij deze tegenwerping geen rekening gehouden met het referentiekader van eiseres. Zij heeft vanwege haar referentiekader niet kunnen beseffen dat zij zich had gemeld bij een hulporganisatie, genaamd Surinam Planet, in plaats van zich te hebben gemeld voor een verblijfsvergunning. Eiseres heeft ook een pas overgelegd, waarvan zij dacht dat die was afgegeven door Surinam Planet in het kader van een asielaanvraag.
Heeft de minister de aanvraag ten onrechte afgedaan in spoor 2?
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat, nu de minister heeft erkend dat hij Ghana ten onrechte als veilig land heeft aangemerkt. Daarom is de grondslag van het bestreden besluit in zoverre onjuist en heeft de minister de aanvraag ten onrechte in spoor 2 afgedaan. Het beroep is daarom al gegrond. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten. Daartoe oordeelt de rechtbank als volgt.
Moet de minister alsnog een medisch advies vragen en opnieuw horen?
5.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister geen aanleiding hoeven zien voor het opnieuw horen van eiseres of het inwinnen van medisch advies. Uit het gehoor blijkt dat eiseres weliswaar heeft verklaard over medische problemen, maar zij heeft aangegeven dat zij in staat was om te verklaren. Eiseres heeft desgevraagd bevestigd dat zij zich lichamelijk en geestelijk in staat voelde om het gehoor te laten plaatsvinden. [2] Eiseres heeft ook niet onderbouwd waarom zij toch niet in staat zou zijn geweest te verklaren. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen aanleiding bestond om eiseres opnieuw te horen.
Heeft eiseres asielgerelateerde omstandigheden aan haar aanvraag ten grondslag gelegd?
5.3.
Verder heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen asielgerelateerde motieven ten grondslag heeft gelegd aan haar asielaanvraag. Eiseres heeft expliciet verklaard dat haar persoonlijk niets is overkomen bij de strijd tussen muzikanten. Ook heeft eiseres daarna verklaard dat de strijd tussen muzikanten voor haar niet de reden was om te vertrekken uit Ghana. Eiseres heeft daarnaast verklaard dat zij om economische redenen naar Nederland is gekomen. [3] Verder blijkt uit het gehoor dat meermaals concreet is gevraagd waarom ze is gevlucht. [4] De hoormedewerker heeft de strekking van die vragen ook uitgelegd. In de correcties en aanvullingen heeft eiseres weliswaar aangegeven dat zij onderdeel was van een muziekgroep, maar zij heeft dat niet concreet gemaakt en ook niet onderbouwd. Eiseres heeft ook niet nader toegelicht wat zij verder had willen verklaren. De minister heeft de asielaanvraag van eiseres daarom terecht kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 31, juncto 30b, eerste lid, onder a, van de Vw 2000.
Heeft de minister terecht tegengeworpen dat eiseres zich niet eerder heeft gemeld?
5.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister terecht tegengeworpen dat eiseres zich niet eerder heeft gemeld. Voor zover eiseres stelt dat zij zich al kort na haar aankomst in 2006 heeft gemeld bij een vestiging van Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) aan het Suriname Plein in Amsterdam, wat zij zou bedoelen met de naam Surinam Planet, is de rechtbank van oordeel dat de minister heeft kunnen tegenwerpen dat niet is onderbouwd dat VWN de indruk zou wekken dat zij aan eiseres een vergunning kunnen verlenen. De pas die eiseres heeft overgelegd betreft een pas van ASKV (het Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen), waarvan de minister terecht stelt dat eiseres er niet van uit kon gaan dat die pas haar vergunning was. Daar komt bij dat eiseres heeft verklaard dat zij bewust is van het feit dat zij tussen 2006 en 2012 en vervolgens tussen 2012 en 2023 illegaal in Nederland verbleef. Hieruit valt af te leiden dat eiseres zich ervan bewust was dat zij niet in het bezit was van een vergunning. De minister heeft daarom aan eiseres terecht tegengeworpen dat zij zich pas na 2023, en daarmee niet tijdig, heeft gemeld voor een asielvergunning. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond vanwege het geconstateerde motiveringsgebrek. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar ziet wel aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten. Dat betekent dat de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 10 januari 2025;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
- veroordeelt de minister tot betaling van €1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van
mr. B. Göbel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

2.Aanmeldgehoor, p. 3.
3.Idem.
4.Aanmeldgehoor, p. 10.