Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6106

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
22 maart 2026
Zaaknummer
C/09/679303 / FA RK 25-612
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag aan vader over minderjarige kinderen

De ouders zijn van 2006 tot 2014 gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Zij oefenden gezamenlijk gezag uit, maar de kinderen staan ingeschreven bij de vader. Er zijn langdurige ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen geweest. De vader verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en hem het eenhoofdig gezag toe te wijzen, omdat de communicatie tussen ouders ernstig verstoord is en de moeder geen fysiek contact met de kinderen heeft.

De moeder voert verweer en wenst betrokken te blijven bij de kinderen. Zij verwijt de vader onrechtmatigheden, zoals het zonder haar toestemming meenemen van de kinderen op een pelgrimstocht naar Mekka. De rechtbank constateert dat de ouders niet in staat zijn tot constructief overleg en dat de kinderen hierdoor risico lopen klem of verloren te raken.

Gezien de langdurige onveranderde situatie en het belang van de kinderen, wijst de rechtbank het verzoek van de vader toe en belast hem met het eenhoofdig gezag. De moeder behoudt recht op informatie en consultatie. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en uitgesproken op 19 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en belast hem met het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-612
Zaaknummer: C/09/679303
Datum beschikking: 19 februari 2026

Gezag

Beschikking op het op 22 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.O. Perquin te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. de Bluts te Zoetermeer.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift;
  • het F9-formulier van 14 november 2025 van de vader, met bijlage;
  • het F9-formulier van 12 januari 2026 van de vader, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 19 januari 2026 van de moeder, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 20 januari 2026 van de vader, met bijlagen.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.
Op 22 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van 2006 tot 2014.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De kinderen staan ingeschreven op het adres van de vader.
- Bij beschikking van 9 februari 2017 van deze rechtbank zijn de kinderen onder toezicht gesteld van gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Haaglanden voor de duur van één jaar. De ondertoezichtstelling is meermaals verlengd, laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank van 9 augustus 2023 tot 20 september 2023.
- Bij beschikking van 17 februari 2020 van deze rechtbank zijn de kinderen uithuisgeplaats bij de vader voor de duur van zes maanden. De uithuisplaatsing is meermaals verlengd, laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank van 9 augustus 2023 tot 20 september 2023.
- Bij beschikking van 11 juli 2023 van deze rechtbank is bepaald dat de kinderen voltijds bij de vader zullen zijn, waar er geen contactregeling zal zijn tussen de kinderen en de moeder.
- Bij beschikking van 20 maart 2025 van deze rechtbank is de vader toestemming verleent – welke toestemming van de moeder vervangt – om met de kinderen naar [land] te reizen.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt te bepalen dat hij voortaan alleen het gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zal uitoefenen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Standpunten vader
De vader verzoekt hem – met uitsluiting van de moeder – met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De zorg en opvoeding van de kinderen ligt bij de vader. De moeder heeft al langere tijd geen (fysiek) contact met de kinderen en zij staan hier ook niet voor open. Daarbij is de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord. Voorheen was de gecertificeerde instelling behulpzaam in de communicatie tussen de ouders, maar sinds de ondertoezichtstelling is geëindigd communiceren de ouders rechtstreeks met elkaar. De vader is meermaals tegen het nemen van gezagsbeslissingen aangelopen. Zo heeft de moeder haar toestemming niet willen verlenen voor een vakantie met de kinderen naar [land] in de zomer van 2025. De vader heeft daarom vervangende toestemming bij de rechtbank verzocht, welke door de rechtbank ook is verleend. Op dit moment weigert de moeder wederom het toestemmingformulier op een correcte wijze te tekenen voor een vakantie naar [land] in de zomer van 2026. De vader blijft tegen hetzelfde probleem aanlopen, hetgeen de kinderen ook meekrijgen. De kinderen zijn gebaat bij rust en duidelijkheid. Volgens de vader is het dan ook in hun belang dat hij voortaan met het eenhoofdig gezag over hen wordt belast.
Standpunten moeder
De moeder voert verweer. Zij heeft al jaren geen contact meer met de kinderen en lijdt hier zwaar onder. De moeder wenst betrokken te blijven bij de kinderen en daarvoor acht zij het noodzakelijk dat zij met het gezag over hen blijft belast. Zij is in staat en bereid om met de vader te communiceren over de kinderen. Daarbij is de moeder ook bereid haar toestemming te verlenen voor – onder meer – vakanties naar [land] . Zo heeft zij in 2023 en 2024 haar toestemming daartoe verleend. Met betrekking tot de vakantie naar [land] in de zomer van 2025 heeft zij haar toestemming niet verleend, omdat zij erachter kwam dat de vader niet eerlijk was geweest over een aantal zaken. Volgens de moeder heeft de vader de kinderen zonder haar toestemming meegenomen op pelgrimstocht naar Mekka, terwijl hij haar had voorgehouden dat zij naar zijn ouderlijk huis in [land] gingen. Voor een dergelijke belangrijke gebeurtenis in het leven van een moslim is de toestemming nodig van beide gezaghebbende ouders. Voorkomen dient te worden dat de vader nogmaals ingrijpende beslissingen neemt in het leven van de kinderen, zonder dat de moeder daarover kan meebeslissen. Het is dan ook in het belang van de kinderen dat de moeder met het gezag over hen blijft belast.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat het gezag over kinderen gezamenlijk door de ouders wordt uitgeoefend. Voor gezamenlijk gezag is wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen.
Het is de rechtbank gebleken dat er veel tussen de ouders is gebeurd, alsmede tussen de moeder en de kinderen. Dit heeft er – kort gezegd – toe geleid dat er al enige jaren geen contactregeling tussen de moeder en de kinderen geldt. De kinderen staan er op dit moment ook niet voor open om het contact met hun moeder te herstellen, hetgeen de moeder erg veel verdriet doet. De rechtbank begrijpt dat de moeder het gezag als laatste strohalm ziet om een rol te kunnen spelen in het leven van haar kinderen. De rechtbank heeft alleen wel de indruk dat de moeder haar gezag inzet om weer in contact met de kinderen te komen. De rechtbank verwijst als voorbeeld naar de e-mail van 2 december 2024 van de moeder aan de vader, waarin staat:
‘Ik gun mijn kinderen een vakantie maar wel met de juiste voorwaarden. Ik ben niet alleen een moeder die er is om te tekenen. Ik wil weer in contact komen met mijn kinderen en dat jullie meewerken in het herstel hiervan.’
Daarnaast is de rechtbank gebleken dat de vader regelmatig met de kinderen op vakantie gaat, dan wel wil gaan, en dat dit tot discussies tussen de ouders leidt. De vader dient zich dan tot de rechtbank te wenden om vervangende toestemming te verkrijgen. Daarbij heeft de moeder op dit moment haar toestemming (nog) niet verleend voor een vakantie met de kinderen in de zomer van 2026. De moeder heeft toegelicht dat zij er veel moeite mee heeft dat de vader niet eerlijk is over de vakanties. Zij verwijst daarbij als voorbeeld naar de pelgrimstocht naar Mekka die de vader zonder haar toestemming met de kinderen heeft ondernomen. De vader heeft daarover verklaard dat hij Mekka inderdaad heeft bezocht tijdens een tussenlanding op weg naar [land] en daar maar een paar uur met de kinderen is gebleven. Vervolgens is hij verder gereisd naar [land] . Naar zijn mening had hij daar geen expliciete toestemming van de moeder voor hoeven te vragen. Dit voorval is een van de voorbeelden van het gebrek aan communicatie die de relatie tussen de ouders kenmerkt. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de ouders hierdoor niet in staat constructief overleg te voeren en samen gezagsbeslissingen te nemen. De kinderen krijgen dit mee en hebben hier last van.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er een risico bestaat dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders als het gezamenlijk gezag in stand blijft. Omdat de situatie al langere tijd onveranderd is, ziet de rechtbank geen perspectief op verbetering hierin. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de vader toewijzen en hem belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
Hierbij merkt de rechtbank op dat de moeder, zonder dat zij het gezag heeft over de kinderen, nog steeds recht heeft op informatie en consultatie over hen. De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij aan zijn informatie- en consultatieplicht zal blijven voldoen, zoals hij dat tot op heden ook heeft gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de vader het ouderlijk gezag toekomt over de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ,
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] ,
en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 19 februari 2026.