Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Voortvarend handelen
Ambtshalve toetsing
Conclusie
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 9 januari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende de maatregel van bewaring van een vreemdeling, eiser, die door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd op 19 november 2025. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel, die voortduurt in afwachting van zijn uitzetting naar Marokko. De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel van bewaring eerder is getoetst en rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek op 3 december 2025. De rechtbank heeft de periode van 3 december 2025 tot 7 januari 2026 beoordeeld.
Eiser heeft aangevoerd dat er geen zicht op uitzetting naar Marokko is binnen een redelijke termijn. De rechtbank heeft echter geconcludeerd dat de situatie met betrekking tot de uitzetting niet is gewijzigd sinds de eerdere uitspraak van 9 december 2025. Eiser heeft geweigerd om zijn vingerafdrukken te laten afnemen en heeft niet actief meegewerkt aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt in het opstarten van het laissez-passer-traject bij de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank heeft ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring getoetst en geen gronden gevonden voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig was. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.