Uitspraak
Scheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 14 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
[de man],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9 formulier van 25 november 2024, met bijlage, van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 6 januari 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 14 januari 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek tevens aanvullend verzoek;
- het verweer op het aanvullend verzoek;
- het bericht van 16 juli 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw;
- het F9 formulier van 2 januari 2026, met bijlage, van de zijde van de man;
- het bericht van 5 januari. Met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het F9 formulier van 13 januari 2026, met bijlage, van de zijde van de vrouw.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 1995 te [plaats 1].
- Zij zijn de ouders van de [jongmeerderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2006.
- Zij zijn ook de ouders van de inmiddels [meerderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2004 te [geboorteplaats], [geboorteland].
- Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.
Verzoek en verweer
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- de verdeling van de gemeenschap van goederen van partijen vast te stellen op de door de vrouw nader aan te geven wijze.
Althans een dusdanige verdeling van de gemeenschap van goederen vast te stellen als de rechtbank meent dat in goede justitie zal behoren;
€ 800,00 ter zake de helft van de vaste lasten van de woning, zulks met ingang 1 december 2024 tot aan de dag de woning is geleverd aan een derde,
- te bepalen dat de vrouw per datum van de te geven beschikking gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] te ([postcode]) [plaats 2], alsmede tot de daarbij behorende inboedel en de man te bevelen de woning niet (verder) te betreden;
- de verdeling van de (ontbonden) gemeenschap van goederen vast te stellen inhoudende:
(dus € 4.888,62) aan de vrouw te vergoeden wegens overbedeling;
- primair te bepalen dat de vrouw een vergoedingsrecht van € 187.145,70 heeft op de (ontbonden) gemeenschap ter zake van door haar ontvangen erfrechtelijke verkrijging van haar vader uit hoofde van de nalatenschap van haar moeder en subsidiair te bepalen dat de man geen beroep toekomt op de uitsluitingsclausule in het testament van zijn moeder van 1 maart 1985;
- te bepalen dat de erfrechtelijke verkrijging van de man uit hoofde van de nalatenschap van zijn moeder jegens zijn vader in de huwelijksgemeenschap van partijen valt;
- te bepalen dat de man binnen vier weken na datum van de te wijzen beschikking aan de vrouw gegevens verstrekt waaruit de hoogte van de vordering jegens zijn vader uit hoofde van de nalatenschap van zijn moeder blijkt alsmede gegevens ten aanzien van een overeengekomen renteregeling, voor zover daarvan sprake is;
- de wijze van de verdeling van de erfrechtelijke verkrijging van de man uit hoofde van de nalatenschap van zijn moeder vast te stellen althans te bepalen waarbij de man de helft van de gekapitaliseerde waarde van zijn vordering aan de vrouw dient te voldoen binnen zes weken na datum van de te wijzen beschikking althans de wijze van de verdeling te bepalen zoals uw rechtbank in goede justitie juist acht met vermeerdering van de wettelijke rente vanaf datum ontbinding van het huwelijk;
- te bepalen dat de man met ingang van de datum indiening verzoekschrift, althans 1 juli 2025, althans bij datum zoals de rechtbank in goede justitie juist acht, aan [jongmeerderjarige], zal voldoen als bijdrage van de kosten van studie en levensonderhoud het bedrag van € 532,- per maand, althans een bijdrage zoals uw rechtbank in goede justitie juist acht, bij vooruitbetaling te voldoen door het bedrag over te maken (uiterlijk) op de eerste dag van de kalendermaand op door [jongmeerderjarige] aan te wijzen bankrekening;
- te bepalen dat de man met ingang van de datum indiening verzoekschrift, althans 1 juli 2025, althans bij datum zoals uw rechtbank in goede justitie juist acht, aan de vrouw zal voldoen € 1.689,- bruto als bijdrage van de kosten van levensonderhoud van de vrouw, althans een bijdrage zoals uw rechtbank in goede justitie juist acht, bij vooruitbetaling te voldoen door dit bedrag over te maken (uiterlijk) op de eerste dag van de kalendermaand op een door de vrouw aan te wijzen bankrekening;
- te bepalen dat de man de gegevens verstrekt omtrent alle door hem aangehouden bank- en spaarrekeningen en beleggingen per 14 november 2024, inclusief saldi en waardes, binnen vier weken na datum beschikking,
- een beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht.
Beoordeling
€ 2.000,- per maand. Op de zitting is met partijen besproken dat zij ieder de door de man ontvangen arbeidsongeschiktheidsvergoeding op een andere post hadden ingevuld. Partijen hebben op de zitting overeenstemming bereikt dat de arbeidsongeschiktheidsvergoeding wordt opgenomen bij overige werkzaamheden. De rechtbank zal zich hierbij aansluiten.
- de echtelijke woning aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats 2];
- de inboedel;
- de bankrekeningen inclusief beleggingsportefeuille;
- de auto;
- de hond;
- vordering vakantiegeld van de man;
- de schenkbelasting;
- de schenkingen van de vader van de vrouw;
Beslissing
- € 4.888,62 ten aanzien van de vordering nabetaling vakantiegeld;
- € 5.000,00 ten aanzien van de vordering schenkbelasting;