Partijen, voormalig geregistreerd partnerschap en gezamenlijk gezagdragend over drie minderjarige kinderen, verzochten wijziging van de zorgregeling. Na ontbinding van het partnerschap en wijziging van het hoofdverblijf van een kind bij de vader, was de bestaande zorgregeling niet meer passend.
De moeder verzocht om een zorgregeling waarbij de kinderen om het weekend wisselend bij vader en moeder verblijven, met overdracht bij een centraal benzinestation, en een aangepaste vakantiestructuur. De vader verzette zich, stellende dat de huidige regeling voldoende was en dat de kinderen het niet erg vonden vroeg op te staan.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden, met name doordat een kind sinds november 2025 bij de vader woont. De huidige regeling leidde tot praktische problemen en onrust voor de kinderen. De rechtbank wees het verzoek van de moeder toe en stelde een nieuwe zorgregeling vast, inclusief een gedetailleerde vakantiestructuur en studiedagenregeling, waarbij de overdracht centraal plaatsvindt.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.