Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6158

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/09/677803 / FA RK 24-9229
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:212 BWArt. 1:377a BWArt. 1:377b BWArt. 10:95 lid 1 BWArt. 3.141 Litouws BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vervangende toestemming erkenning en omgangsregeling vader

De man verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor de erkenning van zijn minderjarige kind, een informatieregeling en een omgangsregeling. De moeder, die het eenhoofdig gezag heeft, gaf geen toestemming voor erkenning. De bijzondere curator adviseerde afwijzing van het verzoek tot vervangende toestemming.

De rechtbank beoordeelde de bevoegdheid en voorwaarden voor erkenning aan de hand van Litouws recht, de nationaliteit van de man. Volgens dit recht is schriftelijke toestemming van zowel de moeder als het kind van tien jaar of ouder vereist. De minderjarige gaf geen toestemming, waardoor vervangende toestemming voor het kind niet mogelijk is. Ook vervangende toestemming voor de moeder werd afgewezen omdat de man zonder toestemming van het kind geen belang heeft.

Ten aanzien van de informatieregeling en omgangsregeling oordeelde de rechtbank dat de man niet in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, mede omdat er ruim tien jaar geen contact is geweest. Daarom werd hij niet-ontvankelijk verklaard in deze verzoeken. De rechtbank beëindigde de werkzaamheden van de bijzondere curator en gaf de man advies over het respecteren van de grenzen van het kind en het eventueel aanbieden van contactgegevens voor toekomstig contact.

Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming erkenning en verzoeken tot informatieregeling en omgangsregeling worden afgewezen en man wordt niet-ontvankelijk verklaard in de laatste verzoeken.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9229
Zaaknummer: C/09/677803
Datum beschikking: 20 februari 2026

Vervangende toestemming erkenning

Beschikking op het op 20 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.C. Carli-Lodder te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Car te ’s-Gravenhage.

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te[geboorteplaats] ,

de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M. Braat,
advocaat te ’s-Gravenhage,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 18 maart 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;
  • het verslag van de bijzondere curator;
  • het F9-formulier van 28 juli 2025 van de zijde van de man;
  • het gewijzigd verslag van de bijzondere curator.
Op 23 januari 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de bijzondere curator;
  • [naam] , namens de Raad voor de kinderbescherming.

Verzoek en verweer

De man verzoekt:
  • een informatieregeling, waarbij de moeder de man eens per kwartaal informeert omtrent [de minderjarige] ;
  • een omgangsregeling te bepalen tussen de man en [de minderjarige] die in eerste instantie voorzichtig zal worden opgestart, bijvoorbeeld in het weekend gedurende twee uur al dan niet in aanwezigheid van de moeder, en waarbij zal worden toegewerkt naar een reguliere omgangsregeling waarbij er om de week in het weekend een dag omgang zal zijn;
  • te bepalen dat de man telefonisch contact zal hebben met [de minderjarige] of via de app op een vaste dag in de week, nog nader te bepalen welke dag;
  • voorwaardelijk: de man vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] te erkennen;
een en ander, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder heeft verweer gevoerd welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De bijzondere curator adviseert het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor de erkenning van [de minderjarige] af te wijzen.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar.
  • De minderjarige is niet erkend.
  • De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
  • De moeder geeft geen toestemming voor de erkenning door de man.
  • De man heeft de Litouwse nationaliteit, de moeder en de minderjarige hebben de Nederlandse nationaliteit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 2 april 2025 is mr. M. Braat voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 BW Pro te vertegenwoordigen.

Beoordeling

Vervangende toestemming erkenning
Op de zitting is door de advocaat van de man toegelicht dat het verzoek niet moet worden beschouwd als een voorwaardelijk verzoek, zoals verwoord in het verzoekschrift, maar als volwaardig verzoek.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Op grond van artikel 10:95 lid 1 lid Pro BW wordt de vraag of erkenning door een man familierechtelijke betrekkingen doet ontstaan tussen hem en een kind, wat betreft de bevoegdheid van de man en de voorwaarden voor de erkenning, in beginsel bepaald door het recht van de staat waarvan de man de nationaliteit bezit. De man heeft de Litouwse nationaliteit. Indien volgens het nationale recht van de man erkenning niet of niet meer mogelijk is, is bepalend het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. De gewone verblijfplaats van [de minderjarige] is in Nederland.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank heeft in VIND Burgerzaken het volgende – voor zover relevant – gevonden over erkenning door een man naar Litouws recht:
  • Indien de naam van de vader in de geboorteakte ontbreekt of het vaderschap van het kind met goed gevolg is betwist, kan de man die zichzelf als vader beschouwt het kind erkennen (art. 3.141 BW).
  • Erkenning van het kind door een man kan voor of na de geboorte geschieden (art. 3.143 lid 1 BW). (…)In beide gevallen is de toestemming van de moeder vereist, tenzij zij is overleden of onbekwaam is verklaard of om andere redenen haar toestemming niet kan geven; in dat geval is de goedkeuring door de rechter vereist (art. 3.144 BW).
  • Als het kind tien jaar of ouder is kan de erkenning alleen plaatsvinden na schriftelijke toestemming van het kind (art 3.142 lid 2 BW).

Toestemming voor erkenning noodzakelijk?

  • De toestemming van de moeder voor de erkenning is noodzakelijk indien het kind nog minderjarig is. Bij gebrek aan toestemming kan de erkenner van de rechter een goedkeuring krijgen (art. 3.144 BW).
  • Indien het kind dat erkend wordt ouder dan tien jaar is, moet het zijn toestemming schriftelijk geven (art. 3.142 lid 2 BW). Erkenning van een meerderjarig kind is alleen mogelijk met zijn toestemming (art. 3.144 lid 3 BW).
Uit het voorgaande is de rechtbank gebleken dat onder Litouws recht erkenning van een kind mogelijk is. De bevoegdheid van de man en de voorwaarden voor erkenning moeten daarom naar Litouws recht beoordeeld worden. Blijkens artikel 3.141 Litouws BW is de man bevoegd om [de minderjarige] te erkennen. Als voorwaarden staan in de daarop volgende artikelen genoemd dat zowel het kind van tien jaar of ouder als ook de moeder schriftelijk toestemming moeten geven voor de erkenning. De toestemming van de moeder kan worden vervangen door die van de rechtbank. Nu dit niet is bepaald voor de toestemming van het kind, gaat de rechtbank er vanuit dat [de minderjarige] zelf (schriftelijk) toestemming moet geven. Zowel uit het verslag van de bijzondere curator alsook uit het gesprek van [de minderjarige] met de kinderrechter is duidelijk gebleken dat zij geen toestemming geeft voor de erkenning. Het is de rechtbank niet duidelijk voor welke toestemming de man vervangende toestemming vraagt. Indien hij vervangende toestemming voor de toestemming van [de minderjarige] vraagt, is dit onder Litouws recht niet mogelijk en moet het verzoek worden afgewezen. Indien de man vervangende toestemming voor de toestemming van de moeder vraagt, oordeelt de rechtbank dat hij daar zonder toestemming van [de minderjarige] geen belang bij heeft, en moet ook dat verzoek worden afgewezen.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Informatieregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van een informatieregeling.
Wettelijk kader
Op grond van het eerste lid van artikel 1:377b BW is de ouder die met het gezag is belast, gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen – zo nodig door tussenkomst van derden – over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van de ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen. De Hoge Raad heeft bepaald dat het recht op informatie ook toekomt aan de biologische vader die het kind niet heeft erkend, maar die wel in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind.
Inhoudelijke beoordeling
Nu het verzoek van de man tot erkenning wordt afgewezen, dient de rechtbank te beoordelen of de man in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot [de minderjarige] zodat hij recht heeft op informatie. De rechtbank is van oordeel dat hier geen sprake van is en overweegt daarbij het volgende. Vaststaat dat de man inmiddels ruim tien jaar geen contact heeft gehad met de moeder en [de minderjarige] en dat de moeder er al die jaren alleen voor heeft gestaan. Gelet hierop zal de rechtbank de man niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek tot vaststelling van een informatieregeling. Op de zitting is nog wel met partijen besproken of de moeder bereid zou zijn om de man alsnog te informeren, maar dat is niet gebleken. [de minderjarige] heeft zelf duidelijk aangegeven niet te willen dat de man informatie over haar krijgt en de moeder geeft aan deze wens te respecteren.
Omgang
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:377a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vaststelt dan wel, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang ontzegt. Ingevolge artikel 1:377a, derde lid, BW ontzegt de rechter het recht op omgang slechts indien
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
het kind dat twaalf jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouders of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Inhoudelijke beoordeling
Ook ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling zal de rechtbank de man niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank verwijst hierbij naar haar overwegingen ten aanzien van de informatieregeling.
De rechtbank begrijpt dat deze beslissingen niet zijn waar de man op had gehoopt. Wel wil de rechtbank de man nog meegeven dat hij er goed aan doet om het advies van de Raad op de zitting op te volgen en zich aan te melden bij het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor hulp hoe om te gaan met het feit dat hij geen contact heeft met [de minderjarige] (het Traject Ouder zonder contact). Ook kan hij een doos maken met kaartjes en cadeautjes die hij [de minderjarige] had willen geven als hij de kans daartoe had gehad. Mocht [de minderjarige] ooit alsnog behoefte hebben aan contact met haar biologische vader, is het van belang dat zij over actuele contactgegevens beschikt. De rechtbank raadt de man daarom aan om [de minderjarige] , dan wel de moeder, een kaartje te sturen met zijn contactgegevens en ook eventuele wijzigingen door te geven. Hierbij is het echter van belang dat hij de grenzen van [de minderjarige] respecteert en geen contact gaat afdwingen, dit kan immers averechts werken. Het is echter van belang van [de minderjarige] over de contactgegevens van de man beschikt en hem kan bereiken wanneer zij daar behoefte aan heeft.

Beslissing

De rechtbank:
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tot vaststelling van een informatie- en omgangsregeling;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2026.