ECLI:NL:RBDHA:2026:6204

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
NL26.3985
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing beroep wegens niet tijdig besluit mvv-aanvragen en proceskostenvergoeding

Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote en twee zonen. Eerder had de rechtbank Rotterdam het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen. Na een ongegrond verklaard verzet werd opnieuw beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.

Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, maar heeft de mvv-aanvragen alsnog ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen op grond van betalingsonmacht.

De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog te besluiten en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €467, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht met een lichte wegingsfactor vanwege de aard van het beroep.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten van €467 wegens niet tijdig besluit op mvv-aanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.3985

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn echtgenote en twee zonen.
Bij uitspraak van 30 mei 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, het beroep gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen twintig weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken (ECLI:NL:RBROT:2025:6396). Het verzet tegen deze uitspraak is op 22 december 2025 ongegrond verklaard.
Op 22 januari 2026 heeft verzoeker opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de hierboven genoemde aanvragen.
Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen.
Op 11 februari 2026 heeft verweerder de mvv-aanvragen alsnog ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van de betaling van het griffierecht voor de behandeling van het beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het overgelegde formulier is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvragen van verzoeker heeft besloten en deze aanvragen hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 467, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 17 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.