ECLI:NL:RBDHA:2026:6275
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar en veroordeling proceskosten
Verzoekster diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf, welke door de minister van Buitenlandse Zaken op 22 april 2025 werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit. De minister besloot niet tijdig op het bezwaar, waarna verzoekster beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de procedure heeft de minister alsnog op 12 maart 2026 op het bezwaar beslist. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank de minister te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister door het alsnog beslissen op het bezwaar aan het beroep tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd de minister veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten, gebaseerd op een lichte wegingsfactor vanwege de aard van het beroep.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 19 maart 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster na intrekking van het beroep wegens alsnog tijdig beslissen op bezwaar.