ECLI:NL:RBDHA:2026:6288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 31 juli 2024. De minister van Asiel en Migratie moest in beginsel binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 31 januari 2026 lag.
Eiser stelde de minister op 23 december 2025 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is ingediend, omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 17 maart 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken.