ECLI:NL:RBDHA:2026:6329
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning uitbreiding eerste verdieping en kap wegens strijd met redelijke eisen van welstand
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een omgevingsvergunning te verlenen voor de uitbreiding van de eerste verdieping en kap aan de achterzijde van zijn woning. De aanvraag werd afgewezen omdat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, met name vanwege een afwijkende goothoogte en dakhelling ten opzichte van andere woningen in hetzelfde bouwblok.
De rechtbank toetst of het bouwplan binnen het bestemmingsplan past en of het welstandsadvies de planologische bouwmogelijkheden niet onnodig beperkt. Hoewel het bouwplan voldoet aan de goot- en nokhoogte-eisen, ontbreekt regelgeving over dakhelling, waardoor het welstandsadvies terecht een negatief oordeel gaf. Het college mocht het advies overnemen zonder nadere toelichting, omdat eiser geen concrete aanwijzingen gaf die twijfel aan de zorgvuldigheid van het advies rechtvaardigen.
Eiser stelde dat het college onvoldoende rekening hield met zijn belangen en dat een vergelijkbare uitbouw elders in de wijk wel werd toegestaan. De rechtbank oordeelt dat bij de welstandstoets geen belangenafweging plaatsvindt en dat de vergelijking niet relevant is omdat het een ongelijksoortige bouw betreft.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Overdijk op 12 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege strijd met redelijke eisen van welstand.