ECLI:NL:RBDHA:2026:633
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie, waarbij het bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ongegrond werd verklaard.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat op 8 januari 2026 reeds uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.8711), waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. B.F.Th. de Roos en is openbaar gemaakt op 14 januari 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.