ECLI:NL:RBDHA:2026:635

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
11344631 EXPL 24 - 18715
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot schadevergoeding door AirHelp voor vertraging van vlucht OR 3035

In deze zaak heeft AirHelp Germany GmbH, vertegenwoordigd door mr. D.E. Lof, TUI Airlines Nederland B.V. aangeklaagd wegens een vertraging van 17:57 uur van vlucht OR 3035 van Izmir naar Amsterdam op 8 juni 2024. De passagiers van deze vlucht hadden hun vordering gecedeerd aan AirHelp. TUI, vertegenwoordigd door mevr. mr. M. Lustenhouwer, voerde verweer en stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, waaronder beslissingen van de luchtverkeersleiding en congestie op de luchthaven van Antalya. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de door TUI aangevoerde omstandigheden als buitengewone omstandigheden moeten worden beschouwd volgens de EU-verordening 261/2004, die passagiers beschermt tegen vertragingen en annuleringen. De kantonrechter heeft de vordering van AirHelp afgewezen, omdat deze niet voldoende onderbouwd was en TUI voldoende gemotiveerd verweer had gevoerd. AirHelp werd veroordeeld in de proceskosten van TUI, begroot op € 147,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Kantonrechter, zittingsplaats 's-Gravenhage
CB/c
Rolnummer: 11344631 EXPL 24 - 18715
6 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH,
gevestigd te Berlijn (BRD),
eisende partij,
hierna te noemen: AirHelp,
gemachtigden: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services),
tegen
de besloten vennootschap
TUI Airlines Nederland B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TUI,
gemachtigde: mevr. mr. M. Lustenhouwer (AKD).

1.Het procesverloop

1.1
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 11 september 2024 met vier producties (bijlagen nrs. 1 tot en met 4);
  • de conclusie van antwoord van 11 december 2024 met vier producties (nrs. 1 tot en met 4);
  • de conclusie van repliek van 4 maart 2025;
  • de conclusie van dupliek van 14 oktober 2025.
1.2
Bij brief van 16 oktober 2025 heeft de griffie partijen op de hoogte gesteld dat de kantonrechter op 6 januari 2026 vonnis zou wijzen. Partijen hebben zich daarop niet gemeld met het verzoek tot het houden van een mondelinge behandeling, zodat op basis van de gewisselde processtukken vonnis zal worden gewezen.

2.De feiten

2.1
Passagiers [passagiers sub 1] en [passagiers sub 2] (hierna: de passagiers) hadden een boeking voor TUI-vlucht OR 3035 van Adnan Menderes Airport (Izmir) naar Amsterdam Schiphol Airport op 8 juni 2024.
2.2
Het vluchtschema van het vliegtuig dat op de betreffende dag bestemd was om de betreffende vlucht uit te voeren was als volgt:
vertrektijd aankomsttijd
Amsterdam 15:50 uur
Antalya 21:30 uur 20:55 uur
Izmir 23:25 22:50 uur
Amsterdam 02:30 uur (+1 dag)
(Alle tijden in dit vonnis zijn lokale tijden)
2.3
De betreffende vlucht is met een vertraging van 17:57 uur om 20:27 uur op 9 juli 2024 gearriveerd in Amsterdam.
2.4
De passagiers hebben hun vordering tegen TUI gecedeerd aan AirHelp.

3.De vordering en het verweer

3.1
AirHelp vordert TUI te veroordelen (1.) tot betaling van € 800,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag van betaling; (2.) tot betaling van de kosten van het geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gesteld termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, een en ander, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad.
3.2
Aan haar vordering legt AirHelp ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; ‘de Verordening’) haar recht geeft op een vergoeding van € 400,00 per persoon in verband met de vertraging van de vlucht met vluchtnummer OR 3035 van Adnan Menderes Airport (Izmir) naar Amsterdam Schiphol Airport op 8 juni 2024.
3.3
TUI voert gemotiveerd verweer tegen de vordering van AirHelp, welk verweer er
– kort gezegd – op neerkomt dat de annulering van de vlucht het gevolg was van een aantal opeenvolgende omstandigheden, waaronder enkele beslissingen van de luchtverkeersleiding, alsmede congestie op de luchthaven van Antalya, die ertoe hebben geleid dat ook deze vlucht vertraagd werd. TUI beschouwt een en ander als een buitengewone omstandigheid, waardoor TUI meent geen vergoeding verschuldigd te zijn wegens de vertraging.

4.De beoordeling

4.1
De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.
4.2
Volgens het relaas van TUI in haar conclusie van antwoord is een aantal opeenvolgende omstandigheden er de oorzaak van geweest dat vlucht OR 3035 op 8/9 juni 2024 uiteindelijk een vertraging had van bijna 18 uur. Volgens TUI was het vliegtuig op tijd gereed voor vertrek uit Amsterdam, maar werd het vertrek vertraagd door een aantal beslissingen van de luchtverkeersleiding, waardoor het vliegtuig pas om 16:46 uur (in plaats van 15:50 uur) toestemming kreeg om te vertrekken naar de eerste tussenstop, Antalya. Aangekomen in de nabijheid van de luchthaven van Antalya moest, omdat er slechts een landingsbaan in gebruik was, het vliegtuig blijven cirkelen in afwachting van toestemming om te landen. Omdat die toestemming te lang uitbleef, besloot de gezagvoerder uit te wijken naar een andere luchthaven. Omdat ook de luchthaven van Dalaman geen ruimte had is uitgeweken naar de tweede tussenstop van de rotatievlucht, Izmir. Daar is het vliegtuig om 21:34 uur geland.
4.3
In Izmir zijn de passagiers voor en uit Izmir ingestapt en is het vliegtuig om 00:26 uur (op 9 juni 2024) uit Izmir naar Antalya vertrokken om daar om 01:44 uur aan te komen, met een vertraging van 4:49 uur ten opzichte van de schematijd. Als gevolg van de toen opgelopen vertraging moest de bemanning een wettelijke rusttijd in acht nemen. Daarna is het vliegtuig om 17:01 uur uit Antalya vertrokken en om 19:27 uur in Amsterdam teruggekeerd.
4.4
Het feitenrelaas van TUI heeft AirHelp niet bestreden. Ook heeft AirHelp niet bestreden dat de door TUI aangevoerde omstandigheden buitengewone omstandigheden zijn in de zin van de Verordening. AirHelp heeft slechts tegen de argumenten van TUI ingebracht dat het bedrijfsmatige afweging was van TUI om onderweg van Izmir naar Amsterdam een tussenstop te maken in Antalya. Daarmee miskent AirHelp echter dat de tussenstop in Antalya hoe dan ook onderdeel uitmaakte van de oorspronkelijke rotatievlucht Amsterdam – Antalya – Izmir – Amsterdam. Vanwege veiligheidsredenen kon het vliegtuig niet de eerste geplande tussenstop maken in Antalya en is eerst Izmir aangedaan. Dat maakt niet dat daarna niet nog de passagiers voor en van Antalya naar en van hun bestemming moesten worden gebracht en gehaald. Dat was geen bedrijfsmatige afweging, maar een contractuele verplichting ten opzichte van de betreffende passagiers.
4.5
Omdat de kantonrechter het enige (tegen)argument van AirHelp op grond waarvan AirHelp meent dat het verweer van TUI terzijde geschoven moet worden verwerpt, zal de vordering van AirHelp als door TUI voldoende gemotiveerd betwist worden afgewezen en zal AirHelp als de partij die in het ongelijk gesteld wordt worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van TUI. De kantonrechter begroot de proceskosten op een bedrag van € 147,50, plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter:
- wijst de vordering van AirHelp af;
- veroordeelt AirHelp in de proceskosten van € 147,50 aan de zijde van TUI, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als AirHelp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
- verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling van AirHelp uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.