Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Chinese nationaliteit houdende vrouw, werd op 12 februari 2026 opgehouden en op 13 februari 2026 vrijgelaten na uitvaardiging van een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn. Zij stelde dat zij binnen de bedenktijd van maximaal drie maanden als vermoedelijk slachtoffer van mensenhandel niet onomwonden had geweigerd mee te werken aan het strafrechtelijk onderzoek, waardoor haar verblijfsrecht niet had mogen eindigen.
De rechtbank oordeelde dat uit het proces-verbaal van staandehouding en verhoor bleek dat eiseres uitdrukkelijk had aangegeven af te zien van het doen van aangifte, waardoor haar bedenktijd en rechtmatig verblijf waren geëindigd. Daarnaast werd de rechtmatigheid van de staandehouding en identificatievordering bevestigd, omdat deze plaatsvonden op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet en artikel 8 van Pro de Politiewet, met een redelijk vermoeden van illegaal verblijf.
Verder was de verlenging van de ophouding gerechtvaardigd vanwege nader onderzoek naar haar verblijfsrechtelijke positie, mede gebaseerd op haar eigen verklaring over het visum van Spanje, ondanks het ontbreken van hits in Eurodac en EU-VIS. De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding en beëindiging van de bedenktijd is ongegrond verklaard en de ophouding is rechtmatig bevonden.