ECLI:NL:RBDHA:2026:6369

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
NL25.53234
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Y. Yeniay - Cenik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na vertrek asielzoeker

Eiser heeft op 16 september 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die op 27 oktober 2025 ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.

De kernvraag was of eiser nog procesbelang had, nu hij met onbekende bestemming Nederland had verlaten. De rechtbank overwoog dat vertrek met onbekende bestemming kan betekenen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, waardoor het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De gemachtigde van eiser had geen contact meer met hem, wat de rechtbank als een concreet aanknopingspunt zag dat eiser geen belang meer had.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter Y. Yeniay - Cenik en griffier S. Voolstra. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.53234

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. E. Sahin),
en

de minister van Asiel en Migratie

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep tegen de ongegrond verklaring van zijn asielaanvraag, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij deze procedure. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 16 september 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is met het bestreden besluit van 27 oktober 2025 ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Heeft eiser nog procesbelang?
3. Als een vreemdeling in Nederland een asielaanvraag heeft gedaan en vervolgens met onbekende bestemming vertrekt, dan kan dat betekenen dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De rechtbank kan het beroep dan niet-ontvankelijk verklaren, omdat de vreemdeling in dat geval geen procesbelang (meer) heeft. De rechtbank moet daar wel voorzichtig mee omgaan. Als de gemachtigde van de betrokken vreemdeling nog contact onderhoudt met de vreemdeling over het verloop van de procedure, dan mag er in beginsel van uit worden gegaan dat de vreemdeling nog wel procesbelang heeft. Dat is alleen anders als er concrete aanknopingspunten bestaan waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en ook op een andere manier geen actueel of reëel belang meer heeft.
3.1.
De minister heeft de rechtbank op 11 november 2025 laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser vervolgens verzocht om te laten weten of hij nog contact met eiser heeft. De gemachtigde van eiser heeft op 11 november 2025 laten weten dat hij geen contact (meer) heeft met eiser. De rechtbank neemt daarom aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een beoordeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet inhoudelijk beoordeelt. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van
S. Voolstra, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.