Eiseres, een Sierra Leoonse nationaliteit dragende vrouw, diende op 26 juli 2023 een asielaanvraag in op grond van politieke activiteiten voor de oppositiepartij APC en de daaruit voortvloeiende problemen met de autoriteiten. Zij vreesde bij terugkeer arrestatie, gevangenschap zonder juridische bijstand en marteling.
De minister wees de aanvraag op 5 september 2025 af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij nog steeds een gegronde vrees voor vervolging had. De rechtbank bevestigt dit oordeel na behandeling van het beroep op 11 februari 2026. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij nog steeds door de autoriteiten wordt gezocht of dat het risico op vervolging reëel is.
Eiseres voerde aan dat de minister ten onrechte de bewijslast bij haar legde en dat recente landeninformatie en documenten haar vrees ondersteunen. De rechtbank stelt echter vast dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in het verleden is blootgesteld aan vervolging, waardoor de bewijslast niet is omgekeerd.
Ook concludeert de rechtbank dat de overgelegde documenten vals zijn en dat de verklaringen van buurtgenoot en huurbaas onvoldoende verifieerbaar zijn. De rol van eiseres in politieke activiteiten was beperkt en er is geen bewijs dat zij nog steeds doelwit is van de autoriteiten. De vrees voor vervolging wegens stamuitsluiting is niet onderbouwd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.