Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 17 mei 2025 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiser stelde de minister op 30 december 2025 in gebreke en diende daarna beroep in, wat gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen over de asielmotieven van eiser en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. De minister wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en stelt de nadere beslistermijn vast. Eiser krijgt hiermee gelijk in zijn beroep.