Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 17 maart 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiseres stelde de minister op 5 november 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, wat gegrond werd verklaard.
De rechtbank overweegt dat de beslistermijn van 21 maanden inmiddels is overschreden en dat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven. Daarom legt de rechtbank een nadere beslistermijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 467, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 23 maart 2026.