ECLI:NL:RBDHA:2026:6392
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 12 september 2025 in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster is het niet eens met deze beslissing en heeft beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de behandeling van het beroep op 4 maart 2026 behandeld. Tijdens de zitting waren verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.
Op 19 maart 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL25.44212). Omdat de hoofdzaak inmiddels is beslist, is een voorlopige voorziening niet langer nodig. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is beslist.