ECLI:NL:RBDHA:2026:6401

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
NL25.29291
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBpb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet tijdig beslissen op asielaanvraag leidt tot proceskostenveroordeling

Eiser heeft op 3 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 juni 2023. Op 27 augustus 2025 heeft de minister de asielaanvraag alsnog ingewilligd, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk is komen te vervallen.

De rechtbank stelt vast dat eiser daardoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Desondanks oordeelt de rechtbank dat eiser terecht beroep heeft ingesteld vanwege de overschrijding van de beslistermijn.

Daarom veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 467, gebaseerd op een puntensysteem met een lichte wegingsfactor. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier R. de Mul op 20 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.29291

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 3 juli 2025 wederom beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 juni 2023.
Met het besluit van 27 augustus 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
2. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van
Deze uitspraak is gedaan op 20 maart 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.